Vastgoedprijzen in Vlaams-Brabant stijgen trager dan inflatie

Door: Ann Peeters
Regio Leuven
Jens Neumann (Pixabay)
Jens Neumann (Pixabay)

Wie in Leuven op zoek is naar een woning, krijgt nog altijd met stijgende vraagprijzen te maken. Toch stijgen de prijzen van huizen in Vlaams-Brabant minder snel dan de algemene levensduurte. Dat blijkt uit een analyse van vastgoedplatform Immoscoop.

Immoscoop vergeleek de mediane vraagprijzen van 154.185 panden die begin september te koop stonden met die van exact een jaar eerder. In heel Vlaanderen steeg de mediane vraagprijs van een huis met 3,26 procent tot 412.000 euro. Appartementen werden 3,23 procent duurder en hebben nu een mediane vraagprijs van 320.000 euro. De algemene inflatie bedroeg eind augustus 3,97 procent.

Ook Vlaams-Brabant volgt voor huizen die Vlaamse trend. Volgens Immoscoop stegen de mediane vraagprijzen van huizen in Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant met 2 tot 3,4 procent. Daarmee bleef de stijging onder de inflatie. Hoe groot de prijsstijging specifiek in Leuven was, blijkt niet uit de analyse.

"Ondanks de aanhoudende schaarste op de vastgoedmarkt kunnen verkopers niet blijven vragen wat ze willen: de sterk gestegen inflatie en hypothecaire rente drukken op de koopkracht van kandidaat-kopers, waardoor de prijsstijgingen afzwakken ten opzichte van de algemene levensduurte" , zegt Stefan Demeijer, CEO Immoscoop.

Opvallend is dat in Vlaanderen vooral minder energiezuinige appartementen sterker in prijs stijgen. Appartementen met EPC-label D werden op een jaar tijd 6,4 procent duurder. Bij EPC E ging het om 4,8 procent en bij EPC F om 5,8 procent. Die stijgingen liggen allemaal boven de algemene inflatie.

“De hoge woonnood, de hoge rentes en de stijgende prijzen voor energiezuinige panden duwen steeds meer kandidaat-kopers in de richting van minder energiezuinige, maar wel betaalbare woningen. Dat heeft meteen ook een invloed op de vraagprijs van panden met EPC D, E en F. Dat is al zeker het geval bij appartementen, waarvoor de vraag groter wordt door het toenemend aantal alleenstaanden en jonge starters op de markt.”