Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) voerde in 2025 in totaal 1.383 interventies uit in Leuven. Bij 72 procent daarvan werd geen enkele ongunstige controle geregistreerd. Bij 388 interventies was minstens één controle ongunstig. In 31 gevallen leidde een vaststelling tot een tijdelijke sluiting.
De 1.383 interventies in Leuven vonden plaats bij alle operatoren en voedingsbedrijven in de voedselketen, van landbouwers en voedselverwerkende bedrijven tot horecazaken. Tijdens één interventie kunnen verschillende soorten controles plaatsvinden, zoals inspecties, hercontroles, controles naar aanleiding van een klacht en staalnames. Ter vergelijking: in Aarschot werden vorig jaar 246 interventies uitgevoerd en in Diest 293.
Bij 995 interventies in Leuven, goed voor 72 procent van het totaal, was geen enkele controle ongunstig. In die gevallen worden geen maatregelen opgelegd en is geen hercontrole voorzien.
Bij 388 interventies, of 28 procent, was minstens één controle ongunstig. In Aarschot ging het om 61 interventies en in Diest om 84. Volgens Hélène Bonte van het FAVV betekent een ongunstige controle niet automatisch dat er een direct of acuut risico bestaat voor de volksgezondheid. Bij een tekortkoming volgt een proportionele opvolging. Vaak gaat het om tekortkomingen of aandachtspunten die moeten worden rechtgezet om opnieuw volledig aan de regelgeving te voldoen.
In Leuven legde het FAVV vorig jaar in totaal 451 maatregelen op. Bij één interventie kunnen meerdere maatregelen tegelijk worden genomen. In 31 gevallen ging het om een tijdelijke sluiting. In Aarschot en Diest werden in 2025 geen tijdelijke sluitingen opgelegd. Een waarschuwing was met 220 gevallen de meest voorkomende maatregel in Leuven. In Aarschot werden 46 waarschuwingen gegeven en in Diest 53.
Het FAVV benadrukt dat een tijdelijke sluiting alleen wordt opgelegd bij een ernstig en dreigend gevaar voor de gezondheid van de consument. Volgens het agentschap is er geen eenduidige oorzaak voor de toename van het aantal tijdelijke sluitingen. De regels en procedures om tot zo’n sluiting over te gaan, zijn volgens het FAVV niet veranderd of verstrengd.
Een mogelijke verklaring ligt bij de omstandigheden die controleurs op het terrein aantreffen. Zo stelt het FAVV een toename vast van sporen van ongedierte. Vooral in grote steden aan het water en op plaatsen met verouderde panden vormen ratten- en muizenplagen volgens het agentschap een toenemend probleem.
Daarnaast merkt het FAVV dat algemene hygiëne en properheid soms onvoldoende prioriteit krijgen. Het agentschap wijst daarbij op het belang van een voedselveiligheidscultuur. Starters beginnen volgens het FAVV vaak met veel passie aan een zaak, maar beschikken niet altijd over de juiste kennis of kwalificaties op het vlak van voedselveiligheid. Ook moet personeel voldoende tijd en middelen krijgen om voedselveilig te kunnen werken. Een hogere personeelsdruk kan ertoe leiden dat hygiëne en schoonmaak minder prioriteit krijgen.
Naast controles zet het FAVV daarom ook in op sensibilisering. Tijdens bezoeken gaan controleurs in gesprek met uitbaters en personeel en geven ze concrete adviezen en tips om de voedselveiligheid te verbeteren. Daarbij krijgt het concept ‘food safety culture’ een steeds belangrijkere rol. Dat houdt in dat voedselveiligheid deel uitmaakt van het dagelijkse denken en handelen binnen een onderneming. Hygiënemaatregelen moeten consequent worden toegepast, ook wanneer er geen inspecteur aanwezig is, en personeel moet correct worden opgeleid en opgevolgd.