Een man die zich op 23 juli 2026 hevig verzette tegen zijn arrestatie op het Martelarenplein in Leuven, is door de correctionele rechtbank schuldig bevonden aan weerspannigheid. Tijdens de arrestatie beet hij een politie-inspecteur in het been. De man werd vrijgesproken van smaad omdat niet bewezen kon worden dat hij zijn middenvinger naar de politie had opgestoken. De rechtbank verleende hem opschorting van de uitspraak van veroordeling gedurende een proeftijd van twee jaar.
De feiten speelden zich af op 23 juli 2026 op het Martelarenplein, vlak bij het station van Leuven. De man bevond zich met enkele vrienden op het plein toen een politievoertuig voorbijreed. Volgens de betrokken inspecteurs stak hij zijn middenvinger op naar de politiewagen. Twee agenten besloten daarop de man te controleren.
De controle verliep moeizaam. De man wilde aanvankelijk niet meewerken en weigerde vervolgens zijn blikje bier neer te zetten en zijn gsm weg te stoppen of af te geven. De inspecteurs besloten hem daarop van zijn vrijheid te beroven.
Vijf agenten nodig om man te boeien
Tijdens de arrestatie verzette de man zich hevig. Hij spande zijn lichaam op, weigerde mee te werken en beet een politie-inspecteur in het been. Uiteindelijk waren vijf agenten nodig om hem te kunnen boeien. Twee inspecteurs liepen bij het incident lichte verwondingen op.
De gebeurtenissen werden vastgelegd door stadscamera’s. De beelden speelden een belangrijke rol bij de beoordeling van de feiten door de rechtbank.
Tijdens zijn verhoor verklaarde de man dat er een misverstand was ontstaan. Volgens hem was zijn opgestoken middenvinger niet gericht naar de politie, maar naar een vriend. Hij stelde ook dat hij wel degelijk had meegewerkt aan de identiteitscontrole, maar desondanks tegen de grond was gewerkt.
De man gaf toe dat hij alcohol had gedronken en dat dit zijn gedrag had beïnvloed. Van het verdere verloop van de arrestatie kon hij zich naar eigen zeggen weinig herinneren.
Vrijspraak voor smaad
De rechtbank volgde de verdediging wat betreft de beschuldiging van smaad. Volgens de rechter bevatte het strafdossier onvoldoende objectieve bewijzen dat de man zijn middenvinger naar de inspecteurs had opgestoken of de bedoeling had hen te beledigen.
Op de camerabeelden leek de man zijn woorden en gebaren vooral naar zijn vrienden te richten. De rechtbank achtte zijn verklaring daarom niet ongeloofwaardig en sprak hem vrij voor smaad.
Voor de beschuldiging van weerspannigheid kwam de rechtbank tot een ander oordeel. De verdediging voerde aan dat de politie zonder wettelijke grondslag tot het boeien van de man wilde overgaan en zijn gsm in bewaring wilde nemen. Volgens de advocaat was er daarom sprake van wettig verzet tegen mogelijk onrechtmatig politieoptreden.
De rechtbank verwierp dat argument. Zelfs als het politieoptreden onrechtmatig zou zijn geweest, stond de gewelddadige reactie van de man volgens de rechter niet in verhouding tot de situatie. Vooral het hevige verzet en het bijten van een inspecteur wogen zwaar door. De rechtbank verklaarde de feiten van weerspannigheid bewezen.
Geen straf, wel twee jaar proeftijd
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de man. Hij was eerder al veroordeeld voor weerspannigheid, ontvangt momenteel een leefloon, voert een werkstraf uit en is op zoek naar werk.
Het openbaar ministerie had een werkstraf gevorderd, met als alternatief een geldboete van 375 euro. De verdediging vroeg om opschorting van de uitspraak van veroordeling, eventueel gekoppeld aan voorwaarden.
De rechtbank besliste uiteindelijk om geen daadwerkelijke straf op te leggen. Daarbij hield de rechter rekening met de omstandigheden waarin het incident ontstond en het mogelijke misverstand dat aan de basis lag van de politiecontrole.
De man kreeg opschorting van de uitspraak van veroordeling gedurende een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hoopt dat dit voor hem een voldoende waarschuwing vormt om in de toekomst geen nieuwe strafbare feiten te plegen.
Wel moet hij een bijdrage van 26 euro aan het fonds voor juridische tweedelijnsbijstand en een vaste vergoeding van 62,37 euro voor beheerskosten in strafzaken betalen.
Het vonnis werd op donderdag 8 oktober uitgesproken door de correctionele rechtbank van Leuven.