De correctionele rechtbank van Leuven heeft drie mannen veroordeeld tot elk 250 euro boete voor hun aandeel in een gewelddadige vechtpartij in de Leuvense binnenstad. Tijdens het gevecht, dat zich onder meer afspeelde in de Parijsstraat en de Pensstraat, werden verschillende rake klappen uitgedeeld. Een van de betrokkenen raakte bewusteloos, maar kreeg daarna nog trappen tegen het hoofd. Camerabeelden speelden een belangrijke rol bij de beoordeling van de feiten.
De feiten speelden zich af in de vroege ochtend van 10 november 2024. Wat begon met een woordenwisseling op de Oude Markt, ter hoogte van café De Blokhut, mondde uit in een vechtpartij die zich verplaatste naar de Parijsstraat en vervolgens de Pensstraat.
Een van de beklaagden verklaarde tijdens zijn politieverhoor dat hij die nacht op stap was geweest en naar huis wilde vertrekken. Toen hij iemand tegenkwam die hij van school kende, raakte hij aan de praat. Even later sprak hij een andere man aan.
“Ik tikte die persoon op de borst en zei hierbij ‘hey bro, alles goed?’. Dit was echt vriendelijk bedoeld. De persoon reageerde onmiddellijk door te zeggen dat ik zijn ‘bro’ niet was en dat ik hem niet moest aanraken.”
Volgens de man liep de situatie daarna uit de hand. Hij verklaarde dat de andere betrokkene voorstelde om het conflict onder vier ogen uit te klaren. “Ik dacht gewoon wat te entertainen. Ik had helemaal de intentie niet om te vechten. Ik wou dit ook helemaal niet. Mijn bedoeling om te entertainen, is helemaal verkeerd uitgedraaid.”
De beklaagde herinnerde zich dat hij een trap had uitgedeeld, maar verklaarde dat hij daarna pas opnieuw bij bewustzijn kwam in de ziekenwagen.
Camerabeelden tonen hevig geweld
De politie kon het verloop van de vechtpartij reconstrueren aan de hand van camerabeelden. Daarop was te zien hoe twee mannen elkaar herhaaldelijk sloegen en stampten. Ook andere personen raakten bij het geweld betrokken.
Rond 5.21 uur kreeg een van de mannen, terwijl hij op de grond lag, een trap tegen het hoofd. Het gevecht ging daarna verder in de Pensstraat, waar beide mannen opnieuw met elkaar op de vuist gingen.
Volgens de vaststellingen van de politie kreeg een van de betrokkenen tijdens het gevecht de bovenhand en deelde hij meerdere vuistslagen uit aan zijn tegenstander. Die bleef uiteindelijk bewusteloos op de grond liggen.
Daarmee was het geweld nog niet voorbij. Een derde beklaagde, die vanuit de Brusselsestraat kwam toegelopen, gaf de bewusteloze man een trap tegen het hoofd. Ook de eerste beklaagde trapte volgens de camerabeelden nog eenmaal tegen het hoofd van de man.
Een omstander probeerde de vechtende partijen uit elkaar te halen. Kort voor 5.25 uur kwam de politie ter plaatse om de eerste hulpverlening te starten en vaststellingen te doen.
Tegenstrijdige verklaringen
De betrokkenen gaven tijdens hun verhoren verschillende versies van de gebeurtenissen.
De eerste beklaagde verklaarde dat hij zelf werd aangevallen en beledigd vanwege zijn donkere huidskleur. Volgens hem had hij uitsluitend teruggeslagen om zichzelf te verdedigen.
De derde beklaagde verklaarde dan weer dat hij telefonisch was verwittigd dat een vriend in elkaar werd geslagen. Toen hij ter plaatse kwam, zou hij geprobeerd hebben om de vechtende partijen uit elkaar te halen.
De tweede beklaagde erkende tijdens de zitting van 18 september 2026 de hem ten laste gelegde feiten. Hij verklaarde dat hij uit angst als eerste had geslagen, terwijl hij sleutels in zijn gebalde vuist hield.
De rechtbank baseerde zich voor haar oordeel onder meer op de camerabeelden, de vaststellingen van de politie, foto’s van verwondingen en de verklaringen van getuigen en beklaagden.
Ook verklaring over andere geweldfeiten
In het strafdossier zat daarnaast een verklaring van een man die op 10 november 2024 aangifte deed van geweld op de Oude Markt. Hij verklaarde dat hij tijdens een gesprek plots in het gezicht en de nek werd geslagen.
Volgens zijn verklaring maakte de verdachte nadien nog uitdagende opmerkingen, waaronder “slaag me terug” en “kom we gaan nog meer slachtoffers maken”.
De man verklaarde dat hij pijn had aan zijn nek en zich medisch zou laten onderzoeken.
Elk 250 euro boete
Het Openbaar Ministerie had voor elk van de drie beklaagden een geldboete van 200 euro, te verhogen met opdeciemen, gevorderd.
De rechtbank achtte de feiten voor alle drie bewezen en veroordeelde hen op 16 oktober 2026 tot elk een effectieve geldboete van 250 euro.
Daarnaast moet iedere veroordeelde een bijdrage van 250 euro aan het Slachtofferfonds betalen, een vaste vergoeding van 62,37 euro en een bijdrage van 26 euro aan het Fonds voor juridische tweedelijnsbijstand.
Ook de gerechtskosten van in totaal 117,65 euro worden verdeeld. De eerste beklaagde moet de helft betalen, terwijl de twee anderen elk een vierde voor hun rekening nemen.
De tweede beklaagde was als enige aanwezig op de zitting. Hij verklaarde akkoord te gaan met de gevorderde straf en vond die zelfs mild, omdat hij besefte wat hij had gedaan. De twee andere beklaagden verschenen niet en werden bij verstek veroordeeld.
Niemand stelde zich burgerlijke partij. De rechtbank hield de burgerlijke belangen wel aan, zodat eventuele slachtoffers later nog een schadevergoeding kunnen vorderen.