Hoeveel nachtlawaai is er in de omgeving van uitgaansbuurten en hoe kunnen feestvierders op weg naar huis op een positieve manier gestimuleerd worden om stiller te zijn? Deze vragen stonden centraal in een meerjarig onderzoek van stad Leuven, stad Gent, KU Leuven en UGent naar nachtlawaai rond uitgaansbuurten. Het onderzoek leverde waardevolle data op over nachtlawaai en toont aan dat er geen heilige graal bestaat om een complex probleem als nachtlawaai aan te pakken.
“Leuven is een echte uitgaansstad. Dat is fijn en moet ook zo blijven, maar het brengt ook nachtlawaai met zich mee. Dat is op z’n zachtst gezegd storend voor wie de dag erna fris en monter op het werk moet verschijnen. Een bruisende stad is heel waardevol, maar dat is een goede nachtrust ook”, vertelt schepen van milieu en digitalisering Thomas Van Oppens (Groen). “Om een objectief beeld te krijgen van de problematiek maten we het voorbije jaar met sensoren het nachtlawaai. Daarnaast experimenteerden we of we met bepaalde nudgingtechnieken, of positieve beïnvloedingstechnieken, feestvierders konden aansporen om stiller te zijn.”
Nachtlawaai objectiveren
Stad Leuven bracht de voorbije jaren met geluidsensoren nachtlawaai in kaart in voornamelijk doortrekkersstraten, de routes van en naar uitgaansbieden. Deze sensoren namen geen gesprekken op, dat is bij wet verboden, maar analyseerden wel de piekgeluiden vanaf 70 decibel tussen 22 en 6 uur.
Tussen 1 januari en 31 december 2025 werden zo op 27 meetlocaties in Leuven in totaal iets meer dan 240.000 geluidspieken gemeten. Daarvan was 28% afkomstig van mensen die roepen of zingen. Het grootste deel van de gemeten geluidspieken was afkomstig van wegverkeer. Op woensdag-, donderdag- en vrijdagnacht en tussen 22 en 1 uur zien we de meeste geluidspieken. Doorheen het jaar werden in oktober, november, december en maart de meeste geluidpieken gemeten. “Die gegevens zijn bijzonder waardevol voor de stad. Voordien hadden we geen objectieve data over nachtlawaai en geluidsoverlast en baseerden we ons louter op observaties van onze inwoners”, duidt schepen Van Oppens. “Deze data helpen ons om in de toekomst doelgerichter nachtlawaai aan te pakken.”
Nudging
Tijdens het project testte de stad ook verschillende nudgingtechnieken. In de Brusselsestraat en de Vaartstraat werd de openbare verlichting gedimd of net versterkt wanneer feestvierders te luid waren. In de Naamsestraat en op de kruising van de Tiensestraat met het Herbert Hooverplein verscheen er ‘s nachts een boodschap op de grond. Het ging om drie verschillende boodschappen: een empathische, een humoristische en een afschrikkende boodschap. In de Janseniusstraat verscheen een bewegende boodschap met de nadruk op de grens van feestzone/stiltezone.
"Onze resultaten tonen dat nudges kunnen helpen om nachtlawaai te verminderen, maar dat hun effect sterk afhangt van de context. Een nudge kan op de ene plek goed werken, en elders weinig of zelfs een averechts effect hebben, zoals we zagen met de afschrikkende boodschap. De drukte van de nacht, het type straat, het weer en de manier waarop een boodschap wordt gebracht, kunnen daarbij allemaal een rol spelen. Daarom is het belangrijk om maatregelen goed te testen en op te volgen", vertelt Désirée Wagenaar onderzoeker bij de KU Leuven Behavioral Economics & Engineering/Instituut voor de Overheid.
In de Janseniusstraat had de nudge met de bewegende projecties een gelijkaardig effect als dezelfde nudge in de Naamsestraat een aantal jaren geleden. Het gebruik van bewegende en visueel opvallende projecties, al dan niet gecombineerd met een grensaanduiding, zorgde opnieuw tijdens een deel van de nacht voor een afname van geluidspieken met ongeveer 30%. De onderzoekers maken daarbij wel de kanttekening dat het aantal geluidspieken in de Janseniusstraat beperkt was. De resultaten wijzen in ieder geval op het potentieel van dergelijke interventies als onderdeel van een preventieve aanpak van nachtlawaai.
"Het onderzoek toont aan dat er geen eenduidige oplossing bestaat die overal toepasbaar is. Het blijft een problematiek die we op verschillende manieren moeten benaderen. We zullen de verzamelde data analyseren en de opgedane kennis gebruiken voor toekomstige initiatieven rond nachtlawaai”, besluit schepen Van Oppens.