“Leefbaarheid op zijspoor in Kessel-Lo?”: buurtcomité fel over stilgevallen mobiliteitsplan

Door: Ann Peeters
Leuven
Illustratiebeeld.
Illustratiebeeld.

Bij de goedkeuring van het mobiliteitsplan in 2022 stelde de gemeenteraad duidelijke doelen voorop: sluipverkeer uit woonwijken weren en de veiligheid voor fietsers en voetgangers verhogen. Ook het Regionaal Mobiliteitsplan van de Vervoerregio Leuven benadrukt dat autoverkeer zo snel mogelijk naar hoofdwegen moet worden geleid, terwijl vrachtverkeer via een veilig en uitgewerkt netwerk moet worden gestuurd om hinder in woonkernen te beperken.

Het Overleg Buurtcomités Kessel-Lo (OBK) reageert met grote ontgoocheling nu de stad Leuven het mobiliteitsplan niet bijstuurt na een negatieve evaluatie. Volgens de buurtcomités worden hun voorstellen, ondanks eerdere samenwerking met experts en deels succesvolle proefopstellingen, door het stadsbestuur naast zich neergelegd. Het OBK overweegt verdere acties.

Volgens het OBK blijkt uit een recente evaluatie, besteld door het schepencollege zelf, dat deze doelstellingen slechts gedeeltelijk worden gehaald. De verbetering in sommige straten zou leiden tot extra verkeersdruk in andere woonstraten, door bewoners intussen omschreven als pineutstraten.

Voorstellen blijven liggen

Het stadsbestuur had eerder een tweede fase van het mobiliteitsplan aangekondigd, met bijkomende maatregelen. In overleg met de bevoegde schepen en lokale verkeersdeskundigen werkte het OBK verschillende alternatieven uit om de doelstellingen alsnog te realiseren.

De voorstellen omvatten onder meer kleine ingrepen op korte termijn, een herziening van circulatiemaatregelen en vijf meer innovatieve ingrepen. Drie daarvan zouden sluipverkeer opnieuw richting hoofdwegen leiden of herverdelen naar minder kwetsbare trajecten. Daarnaast pleit het OBK voor proefopstellingen om de effecten in de praktijk te testen.

Ook vroegen de buurtcomités een brede sensibiliseringscampagne rond verkeersveiligheid en een nieuwe fietsverbinding langs de noord-zuid-as op de grens van Kessel-Lo en Pellenberg, om woon-werkverkeer met de auto te verminderen.

“Politieke stilstand” volgens OBK

Volgens het OBK blijft de reactie van het stadsbestuur echter beperkt. Enkel een mogelijke hertekening van rijrichtingen rond de centrale werkplaatsen zou nog op tafel liggen.

“Op deze manier blijven heel wat kansen liggen om de doelstellingen van het eigen mobiliteitsplan te halen,” zegt Jan Raymaekers van het OBK. “Lokale straten worden nog te vaak gebruikt als sluiproutes om steenwegen te ontlasten, terwijl dat nooit de bedoeling was.”

De buurtcomités vinden het ook onbegrijpelijk dat er geen budget zou zijn voor sensibilisering. “De stad beschikt nochtans over verschillende communicatiekanalen die zonder grote kosten kunnen worden ingezet om verkeersveiligheid en snelheidslimieten te ondersteunen”, aldus Raymaekers.

Tijdelijke proef levert opvallende resultaten op

Het OBK verwijst daarnaast naar een tijdelijke situatie in de Eénmeilaan door werken, waarbij een voorgestelde enkelrichting de facto al werd ingevoerd. Volgens hun gegevens daalde het autoverkeer in die periode met 64 procent, terwijl het fietsverkeer met 42 procent toenam, zonder merkbare problemen voor de doorstroming.

Toch zou het stadsbestuur niet geneigd zijn om deze situatie structureel te behouden.

“Leefbaarheid moet primeren”

De stad stelt dat de dienst mobiliteit onderbemand is en onvoldoende middelen heeft om alle voorstellen verder uit te werken of te testen. Volgens het OBK gaat het echter om een politieke keuze.

“Verkeersoverlast heeft een directe impact op de leefbaarheid in woonwijken”, zegt Raymaekers. “Als je kiest voor levenskwaliteit, dan moet je daar ook in investeren.”

Het OBK roept het stadsbestuur op om alsnog werk te maken van de beloofde tweede fase van het mobiliteitsplan en de samenwerking met buurtcomités verder te zetten.

Schepen Dirk Vansina (CD&V) reageert

“Als stad Leuven hebben we de voorstellen van het Overleg Buurtcomités Kessel-Lo uitvoerig onderzocht en besproken met het OBK tijdens overlegmomenten, onder meer begin februari. Daarbij is per voorstel bekeken wat de impact zou zijn op verkeersveiligheid, leefbaarheid, doorstroming en verschuivingseffecten naar andere straten.”

“Op basis van die analyse en modeldoorrekeningen zijn de voorstellen vandaag niet weerhouden omdat ze in de praktijk onvoldoende haalbaar of wenselijk bleken. Zo zou het omvormen van de Eénmeilaan tot een éénrichtingsstraat leiden tot een verschuiving van gemotoriseerd verkeer naar onder meer de Liemingenstraat, Domeinstraat en Gemeentestraat. Dat zijn straten die minder geschikt zijn om bijkomend verkeer op te vangen en waar de fietsinfrastructuur beperkter is. De negatieve effecten wegen daarbij zwaarder door dan de mogelijke winst. Dat neemt niet weg dat de mobiliteitssituatie in heel Kessel-Lo blijvend gemonitord wordt.”