Het hof van beroep in Antwerpen heeft verdachte C.P. vrijgesproken in een zaak waarin hij werd verdacht van verkrachting en/of aanranding van drie meerderjarige vrouwen. De vrijspraak volgt nadat bijkomend toxicologisch onderzoek volgens het hof geen wetenschappelijk bewijs opleverde dat de betrokken vrouwen zouden zijn verdoofd.
C.P. werd ervan verdacht seksuele feiten te hebben gepleegd ten aanzien van drie meerderjarige vrouwen nadat aan hen verdovende middelen zouden zijn toegediend.
In het kader van de beroepsprocedure stelde het hof Prof. Dr. J. Tytgat, toxicoloog en professor aan de KU Leuven, aan als deskundige. Op basis van toxicologisch onderzoek van bloed-, haar- en urinestalen van de betrokken vrouwen, aangevuld met een analyse van hun medische dossiers, concludeerde hij dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat voor een verdoving.
Het hof oordeelde dat de verklaringen van de betrokken vrouwen niet worden ondersteund door de resultaten van de bloed-, urine- en haaranalyses. Volgens het arrest zijn er geen objectieve elementen die boven elke redelijke twijfel aantonen dat er geen sprake was van toestemming bij de seksuele betrekkingen.
Daarnaast stelde het hof dat niet kan worden uitgesloten dat de verklaringen van de betrokken vrouwen beïnvloed werden door de kennis van het gerechtelijk verleden van P. Ook het DNA-onderzoek leverde volgens het hof geen bijkomend bewijs op. Het hof zag daarom geen redenen om de verklaringen van de betrokken vrouwen boven die van P. te verkiezen.
In het arrest wordt benadrukt dat het mogelijk is dat de feiten zich hebben voorgedaan, maar dat een mogelijkheid niet volstaat voor een strafrechtelijke veroordeling. Een strafbaar feit moet volgens het hof bewezen zijn boven elke redelijke twijfel.
Op basis van die beoordeling sprak het hof van beroep P. vrij wegens twijfel. In eerste aanleg was hij veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van tien jaar.