De correctionele rechtbank van eerste aanleg in Leuven heeft in hoger beroep de straf van voetbalanalist en ex-Rode Duivel Steven Defour gedeeltelijk verlaagd, maar tegelijk bevestigd dat zijn verkeersgedrag ernstig en herhaaldelijk problematisch is. Defour werd eerder veroordeeld voor zowel een lichte snelheidsovertreding als het gebruik van een gsm achter het stuur.
De feiten speelden zich af op 25 februari 2024 op de E40 ter hoogte van Bertem. Uit een trajectcontrole bleek dat Defour met zijn voertuig reed aan een g emiddelde snelheid van 130 km/u, die na correctie werd herleid tot 122 km/u. Daarmee overschreed hij licht de toegelaten maximumsnelheid van 120 km/u. Op de gemaakte beelden was bovendien duidelijk te zien dat hij tijdens het rijden zijn gsm in de hand hield. De beklaagde heeft beide inbreuken erkend.
In eerste aanleg werd hij op 29 januari 2025 door de politierechtbank van Leuven veroordeeld tot een geldboete voor de snelheidsovertreding en een zwaardere geldboete voor het gsm-gebruik, die door opdeciemen opliep tot 1.600 euro. Daarnaast kreeg hij een rijverbod van drie maanden opgelegd en moest hij opnieuw slagen voor een theoretisch rijexamen. Ook werd hij verplicht verschillende bijdragen en gerechtskosten te betalen.
De beklaagde tekende op 7 februari 2025 hoger beroep aan, maar beperkte zijn bezwaar tot de zwaarte van de opgelegde straffen. Hij voerde aan dat een rijverbod een grote impact zou hebben op zijn professionele activiteiten als zelfstandige voetbalanalist, waarbij hij zich frequent moet verplaatsen naar studio’s en wedstrijden in het hele land. Daarnaast wees hij op de gevolgen voor zijn privéleven, meer bepaald voor de omgangsregeling met zijn dochter. Tot slot benadrukte hij dat de zaak veel media-aandacht had gekregen en dat de procedure volgens hem te lang had geduurd.
De rechtbank stelde vast dat er inderdaad sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn. Tussen de feiten en de behandeling in hoger beroep verliep meer dan twee jaar, zonder dat deze vertraging aan de beklaagde te wijten was. Om die reden besloot de rechtbank de straf gedeeltelijk te milderen.
Concreet werd de geldboete voor het gsm-gebruik verlaagd van 1.600 euro naar 1.200 euro en werd het rijverbod verminderd van drie maanden naar twee maanden. De verplichting om opnieuw een theoretisch rijexamen af te leggen, werd opgeheven. Voor het overige bleef het oorspronkelijke vonnis behouden.
De rechtbank benadrukte in haar motivering dat het gebruik van een gsm achter het stuur een ernstig gevaar vormt voor de verkeersveiligheid, zeker wanneer dit gepaard gaat met een snelheidsovertreding. Daarbij werd ook gewezen op het strafrechtelijk verleden van Defour, die reeds meerdere veroordelingen opliep voor verkeersinbreuken en bovendien dertien keer een minnelijke schikking kreeg voor gelijkaardig gsm-gebruik tijdens het rijden. Volgens de rechters heeft hij ondanks eerdere sancties zijn gedrag niet aangepast.
Hoewel de straf in hoger beroep dus werd verminderd, oordeelde de rechtbank dat de opgelegde sancties nog steeds noodzakelijk zijn om een duidelijk maatschappelijk signaal te geven en herhaling te voorkomen. De kosten van het hoger beroep werden verdeeld, waarbij de helft ten laste van de beklaagde valt en de andere helft door de Belgische staat wordt gedragen.