Leuvenaar Jasper Stuyven (29) spendeerde zijn jeugd in de Matadiwijk, op ongeveer een halve kilometer van de aankomst van deze eeuwversie van het wereldkampioenschap wielrennen in Leuven. De kopman van Trek-Segafredo zal uiteraard pas in de finale vol in actie moeten komen. Wat er ook gebeurt op die -nu al legendarische- zondag 26 september, is dat een landgenoot als eerste die finish aan de Geldenaaksevest moet overschrijden om eeuwig verder te leven in het collectieve geheugen.
Als kleine jongen wou Stuyven niets liever dan starten in de GP Jef Scherens-Rondom Leuven en deze koers winnen. Die prestatie kon hij enkele jaren geleden al op zijn erelijst zetten. Tussendoor was hij al eens wereldkampioen bij de junioren, in 2009 in Moskou. Hij weet dus al hoe een wereldkampioenentrui aanvoelt. “Iets groter dan de Grote Prijs Jef Scherens in eigen stad kon ik me tijdens mijn jeugd niet inbeelden. Die wedstrijd was toen de grootste in mijn ogen. Het gegeven dat even geleden bekend raakte dat Leuven de aankomst mocht hosten van deze kampioenschappen, dat was ongelooflijk om te horen”, zo vertelt Stuyven.
“Op zich rijd ik graag iets in de orde van een wereldkampioenschap. Ik was heel blij dat ik vorig jaar tot de WK-selectie voor Imola behoorde. We hadden met Wout Van Aert een kopman die kon winnen in Italië. Dat hij zilver pakte onderstreept dat. Ik ben ook blij dat het terug een grote wedstrijd is met publiek erbij en ik zal lang niet de enige zijn. Tijdens de Vlaamse klassiekers moesten we het stellen zonder publiek. Het is nu de eerste wedstrijd met toeschouwers, én wat voor één. Het zal wel machtig koersen worden, tussen al dat volk. Ik verwacht sowieso heel veel volk langs de kant en dat we door een ware geluidsmuur zullen rijden. Ik weet ook op voorhand waar mijn familie, vrienden en supporters zullen geposteerd staan. Als ik langs die locaties zal rijden, dan probeer je er even op te letten. Dat zal mooi worden.”