Provincie Vlaams-Brabant wil inwoners van de provincie die in overstromingsgevoelig gebied wonen financieel ondersteunen bij het nemen van maatregelen om hun woning te wapenen tegen wateroverlast.
De lokale besturen moeten zelf bepalen welke woningen in aanmerking komen voor een financiële tussenkomst. Voor CD&V Wilsele is het duidelijk dat bewoners van de wijk Kwadenhoek in Wilsele-Putkapel bovenaan op de lijst van Stad Leuven moeten staan.
“Wilsele-Putkapel, en in het bijzonder het noorden, is het laagstgelegen gebied van Leuven en deze plek hangt - in tegenstelling tot de rest van het Leuvens grondgebied - af van Wingevallei. Dat brengt bij hevige regenval de nodige problemen met zich mee. In de Kwadenhoek herinneren velen zich nog de watersnood van 1998 waarbij de hele wijk blank stond. En ook minder lang geleden is het al enkele keren spannend geweest”, zegt Ruben Geleyns van CD&V Wilsele en zelf ook buurtbewoner.
Stad Leuven heeft sinds de watersnood van 1998 al verschillende maatregelen genomen tegen wateroverlast en ondersteunt reeds op verschillende manieren inwoners die hun huis beter bestand willen maken tegen wateroverlast. “Maar wanneer de provincie een euro oplegt bij elke euro die de stad nog bijkomend investeert in het op maat aanpassen van woningen in overstromingsgevoelig gebied, dan is dat een financiële buitenkans die we moeten grijpen. Dit komt de bewoners, hun huizen en de stadskas enkel ten goede”, zegt Geleyns.
Heel concreet biedt het provinciaal subsidiereglement rond waterpreventie een lokaal bestuur, dat zijn inwoners ondersteunt om hun woning waterbestendig te maken, tot 50% subsidie, met een maximum van 7.500 euro per beschermde woning en tot 75.000 euro per project. “Voor de wijk Kwadenhoek kan een project, met inspraak en participatie van de buurt, zeker een meerwaarde zijn. Zij kennen als ‘lokale experts’ hun buurt en de ondergrond het best. De buurt betrekken om de buurt te verbeteren, heet dat dan”, besluit Ruben Geleyns.