Dit weekend vormt Sportoase Leuven opnieuw het decor voor Levensloop Leuven, het jaarlijkse solidariteitsevenement ten voordele van de strijd tegen kanker. De belangstelling blijft groeien: inmiddels hebben al 1.418 deelnemers, verdeeld over 54 teams, zich ingeschreven. Daarnaast nemen 134 vechters – mensen die kanker hebben of hebben gehad – deel aan het evenement. Samen zamelden de deelnemers al meer dan 103.000 euro in voor kankeronderzoek en kankerzorg.
Levensloop brengt elk jaar duizenden mensen samen rond een gemeenschappelijk doel: hoop bieden aan wie getroffen wordt door kanker en middelen verzamelen voor wetenschappelijk onderzoek. Vrijwilligers, teams, individuele deelnemers en vechters zetten zich dag en nacht in om van de 24-uursloop een succes te maken.
Dit jaar krijgt Levensloop Leuven bovendien een bijzondere wetenschappelijke dimensie. Verschillende onderzoekers van het Leuven Kankerinstituut (LKI), het VIB/KU Leuven Center for Cancer Biology (CCB), KU Leuven en UZ Leuven trekken zelf de loopschoenen aan. Zij nemen niet alleen deel aan het evenement, maar willen ook het belang van kankeronderzoek onder de aandacht brengen.
“Wetenschap wordt hier tastbaar”, klinkt het bij de deelnemende onderzoekers. “De opbrengst van evenementen zoals Levensloop maakt mee het verschil voor toekomstig onderzoek en nieuwe behandelingen. Door zelf mee te lopen, kunnen we tonen waar die steun naartoe gaat en in contact komen met patiënten, families en sympathisanten.”
Gedurende 24 uur lossen teams elkaar af op het parcours rond Sportoase Leuven. Daarmee symboliseren ze dat de strijd tegen kanker nooit stopt. Naast de loopactiviteiten staan ook verschillende animaties, ontmoetingsmomenten en ceremonies op het programma, waaronder een eerbetoon aan de vechters.
Met meer dan 1.400 deelnemers en een opbrengst die de kaap van 103.000 euro al heeft overschreden, lijkt Levensloop Leuven opnieuw op weg naar een succesvolle editie. De organisatie hoopt dat de teller dit weekend nog verder zal stijgen.

Marijke Broothaers











































Foto’s Marijke Broothaers