De stad Leuven blijft zoeken naar een nieuwe bestemming voor het standbeeld van oud-premier Sylvain Van de Weyer. Het beeld staat sinds 2011 opgeslagen in een magazijn en volgens gemeenteraadslid Ruben Geleyns (CD&V) is het tijd om een definitieve beslissing te nemen.
Van de Weyer, ((Leuven, 19 januari 1802 – Londen, 23 mei 1874), speelde een belangrijke rol bij de oprichting van België. Hij was een van de leiders van de Belgische revolutie in 1830. Toch was zijn standbeeld al vanaf de inhuldiging in 1876 onderwerp van discussie, onder meer omdat hij later in Londen woonde en de Britse nationaliteit aannam.
Doorheen de jaren verhuisde het beeld verschillende keren binnen de stad. Eerst stond het aan het Ladeuzeplein, later aan de Kapucijnenvoer. Sinds vijftien jaar ligt het opgeborgen omdat er geen geschikte plaats meer gevonden werd.
Volgens het stadsbestuur verkeert het beeld nog in goede staat, al is de opslagcontainer versleten en heeft ook de sokkel renovatie nodig. Pogingen om het beeld elders onder te brengen, onder meer bij het Middelheimmuseum en de KU Leuven, leverden niets op.
Geleyns stelt nu voor om uiterlijk tegen oktober 2026 een oplossing te vinden. Eén van de ideeën is om het standbeeld om te smelten tot een nieuw kunstwerk van een populaire Leuvense figuur. Op die manier zou het materiaal een nieuwe bestemming krijgen en kan het dossier eindelijk afgesloten worden.
Anders.Leuven kritisch: “Erfgoed verdient meer respect”
De politieke beweging Anders.Leuven uit kritiek op het debat rond het standbeeld van Sylvain Van de Weyer in Leuven. Volgens Anders.Leuven dreigt de stad te lichtzinnig om te gaan met historisch erfgoed.
“Gemeenteraadslid Ruben Geleyns (CD&V) legt zichzelf én de Leuvenaar een ultimatum op: tegen 1 oktober moet er een oplossing zijn, anders dreigt de smeltoven”, zegt Axel Delvoie van Anders.Leuven. “Dat vinden wij hallucinant. Een historische figuur reduceren tot een populariteitswedstrijd is geen ernstig erfgoedbeleid.”
Het standbeeld van Sylvain Van de Weyer kende de voorbije jaren al verschillende locaties, wat volgens de oppositie wijst op een gebrek aan duidelijke visie. Van de Weyer, geboren in Leuven, speelde een rol in de Belgische Revolutie van 1830, was de eerste minister van Buitenlandse Zaken en vertegenwoordigde België jarenlang diplomatiek in Londen.
“Je hoeft het niet eens te zijn met elke historische figuur”, zegt Delvoie. “Maar iemand die mee vorm gaf aan het ontstaan van België zomaar afschrijven, roept vragen op over hoe Leuven vandaag naar zijn geschiedenis kijkt.”
Ook Steven Vermoere van Anders.Leuven plaatst vraagtekens bij de criteria waarmee de stad erfgoed beoordeelt. “Het lijkt soms alsof historische waarde ondergeschikt wordt aan citymarketing en beleving”, zegt hij. “Als een figuur alleen nog relevant is wanneer die hip, populair of toeristisch aantrekkelijk genoeg is, dreigen we erfgoed op een verkeerde manier te benaderen.”
De partij benadrukt dat humor in het publieke debat welkom blijft, maar vraagt tegelijk meer zorgvuldigheid in de omgang met historische monumenten. “Leuven investeert in nieuwe ontmoetingsplekken en toeristische initiatieven, wat op zich positief is”, besluit Vermoere. “Maar historische figuren beoordelen op hun hedendaagse aantrekkelijkheid lijkt ons niet de juiste weg.”
Anders.Leuven vraagt de stad om tegen oktober met een “doordacht en respectvol plan” te komen voor het standbeeld van Van de Weyer.