Stille drukjacht op everzwijn in het Meerdaalwoud en de Dijlevallei

Ann Peeters
7 dagen geleden
door Ann Peeters

Sinds 2016 is er, na lange afwezigheid, weer een gevestigde populatie everzwijnen in het Meerdaalwoud en de Dijlevallei. Everzwijnen zijn ongevaarlijk voor de mens, maar kunnen wel schade en overlast veroorzaken, zowel bij particulieren als bij landbouwers. Ze verstoren ook het ecologische evenwicht in onze bossen. Aangezien preventieve maatregelen niet volstaan om de populatie te stabiliseren of te doen afnemen, organiseert Natuur en Bos stille drukjachten in de Doode Bemde en het Meerdaalwoud. Zo kan het wildbeheer op een veilige manier, op een beperkt aantal dagen en met een beperkte verstoring worden uitgevoerd. Dit jaar worden er nog twee drukjachten georganiseerd: op 3 december en 9 december.

Tussen 1958 en 2008 werden er in Vlaams-Brabant – op een zeldzame doortrekker na – geen everzwijnen waargenomen. In 2016 werden de eerste biggen waargenomen in het Meerdaalwoud, zodat we nu weer van een gevestigde populatie kunnen spreken.

Naar alle waarschijnlijkheid zijn de dieren vanuit Wallonië naar het Meerdaalwoud, het Heverleebos en de Dijlevallei gemigreerd. Everzwijnen zijn gebonden aan grote loofbossen en de dieren spelen een belangrijke rol in de natuurlijke verjonging van soorten als eik en beuk. Je vindt ze in alle grote West-Europese bosgebieden.

In normale omstandigheden houden voedselgebrek, strenge winters en natuurlijke vijanden een everzwijnenpopulatie onder controle. Strenge winters worden steeds zeldzamer, natuurlijke vijanden ontbreken en aan voedsel (maïs, eikels) is in ons landschap geen gebrek. Daardoor nam de populatie snel toe ten zuiden van Leuven, maar ook elders in Vlaanderen.

Zo’n onevenredig grote populatie zorgt voor heel wat problemen. Landbouwers lijden schade en privétuinen worden omgewoeld tijdens nachtelijke everzwijnbezoeken. Er werden meerdere verkeersongevallen met everzwijnen geregistreerd en ook in de bos- en natuurgebieden verstoort een overpopulatie het ecologisch evenwicht. Wie de dieren niet bedreigt of insluit loopt geen gevaar, maar er was wel al een melding van een loslopende hond die stevig werd aangepakt door een everzwijn.

Centraal meldpunt voor schade

De aanwezigheid van everzwijnen wordt door Natuur en Bos en de jachtrechthouders nauwgezet opgevolgd via wildcamera’s. Er is ook een centraal meldpunt (e-loket) waar burgers schade kunnen registreren. De voorwaarden voor een eventuele vergoeding voor schade worden beschreven op onze website. Het nemen van preventiemaatregelen, zoals het afrasteren van tuinen en akkers, staat daarbij centraal.

Die preventieve maatregelen volstaan echter niet om de populatie te stabiliseren of te doen afnemen. De everzwijnen worden daarom ook bejaagd. Dat gebeurt planmatig. Aan de rand van de natuurgebieden en in het landbouwgebied is er nagenoeg het hele jaar rond intensieve jacht, terwijl centraal in het bos een jachtvrije zone werd aangeduid. Wetenschappelijk onderzoek in Duitsland toonde aan dat deze combinatie leidt tot minder schade buiten de natuurgebieden. Everzwijnen zijn immers slim en weten snel waar ze veilig zijn.

Er worden twee jachtwijzen toegepast. De individuele aanzitjacht van op een 30-tal goed geplaatste hoogzitten gebeurt bijna het hele jaar door, rond zonsopgang en zonsondergang. Alle bospaden aangeduid op de gebruikerskaart en de infoborden blijven toegankelijk. Daarnaast organiseerde Natuur en Bos samen met Natuurpunt al drie stille drukjachten.

Veilige methode creëert draagvlak

Die methode wordt al vele jaren met succes toegepast in Duitsland, in de Ardennen en onlangs ook in Vlaanderen. Wat de methode zo bijzonder maakt, is dat het wildbeheer op een veilige manier, op een beperkt aantal dagen en met een beperkte verstoring kan worden uitgevoerd. Bij de organisatie worden de aangrenzende landbouwers, jagers, natuurbeheerders en de gemeentebesturen actief betrokken zodat er een breder draagvlak ontstaat, zowel voor de aanwezigheid van dit iconische zoogdier in onze bossen als voor de noodzaak van actieve bejaging.

Er staat een team met speurhonden klaar om indien nodig een nazoekactie te organiseren naar een gekwetst dier. Een veearts en het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek volgen de jachtactiviteit mee op en garanderen dat de regels met betrekking tot ziektepreventie strikt opgevolgd worden.

Om de veiligheid nog beter te waarborgen worden de betrokken gebieden tijdens de stille drukjacht voor het publiek en andere boswerkzaamheden afgesloten. Aan de toegangspaden wordt dat verbod geafficheerd vanaf de dag vóór de activiteit. Via de vaste infoborden worden de drukjachtdata aangekondigd.

Van 2017 tot september 2019 werden er in het Meerdaalwoud op die manier 48 everzwijnen geschoten. Dat afschot was onvoldoende om de populatie te stabiliseren of te doen afnemen.

Organisatie drukjachten

Daarom wordt in de winter 2019-2020 het aantal stille drukjachten in de regio opgedreven tot zeven, en wordt – waar afschot niet mogelijk is – met een vangkooi gewerkt. Er worden drukjachten georganiseerd in het Meerdaalwoud ten zuiden van de Maurits Noëstraat, in de Doode Bemde en mogelijk in de Laanvallei. In eerste instantie dus niet in het Heverleebos. De actie loopt parallel met drukjachten in de aangrenzende gebieden in Wallonië. Dit jaar worden er nog stille drukjachten georganiseerd op 3 december (Meerdaal oost) en 9 december (Meerdaal west), telkens van 8u tot 13u30.

Zo’n stille drukjacht vergt inzet van veel vrijwilligers, in totaal meer dan 100 ervaren jagers, trakkers, boswachters en bosarbeiders. Om ook andere geïnteresseerden de kans te geven om meer inzicht te krijgen in het hoe en waarom organiseert Natuur en Bos samen met de jagers al ruim 15 jaar een grofwildtelling. Die zal plaatsvinden op zondagochtend 2 februari 2020. Info en inschrijven kan via anb.meerdaal@lne.vlaanderen.be 

Over de auteur

Ann Peeters

Ann Peeters