Tiense Suikerfabriek viert zijn 185-jarig bestaan

Tiense suiker 185 jaar
Liefst 185 kaarsjes mocht “onze” Tiense Suiker zopas uitblazen. De kroniek over de productie van deze witte zoetstof in Tienen begint met twee bescheiden fabrieken in 1836. Een dankwoord aan de heer Napoleon Bonaparte misstaat daarbij niet.

Al in de 16de eeuw werd suiker beschouwd als geneesmiddel en in apotheken verkocht. Het goedje kwam hier in hoofdzaak toe vanuit de Caraïben. Halfweg de 18de eeuw raakte het bekend dat sap van bieten ook suiker bevatte, maar het loonde gewoon niet om er iets mee aan te vangen. Het belette de Duitse wetenschapper Franz Achard niet om te experimenteren. Of zijn gedrevenheid inspiratie vond in zijn frivole levensstijl is niet bekend. In 1802 slaagde hij erin om op een industriële manier suiker uit bieten te winnen. Amper vier jaar later viel Frankrijk ten prooi aan de continentale blokkade. Import van rietsuiker werd onmogelijk. Een kans voor de suikerbiet.

Lees verder onder de foto

suiker2

De eerste fabrieken in Tienen

In 1836 stemde het stadsbestuur in met de vestiging van een suikerfabriek langs de Borggracht, een tweede in de Kabbeekstraat (Gilainstraat) en een aardappel-, melasse- en graanzetmeeldistilleerderij op Berberendael. Een gebrek aan toeleveranciers deed de eerste twee de das om. Henri Vinckenbosch en eigenaar van de distilleerderij toonde zich een bekwaam directeur, nam de zaken van de twee fabriekjes over en zal uiteindelijk aan de basis liggen van de huidige Tiense Suikerraffinaderij.

Lees verder onder de foto

S3

Vandaag kunnen wij ons een leven zonder suiker amper voorstellen, maar in 1800 gold het als een duur luxeproduct uit exotisch oorden. Rond 1850 kostte een kilo suiker evenveel als het gemiddeld dagloon van een arbeider, in winkels te vinden in de vorm van een suikerbrood. Dat waren een soort kegels van twee tot vijf kilo waarvan stukken werden afgeslagen. Het typische harde klontje zoals wij dat nu kennen, is een uitvinding omstreeks de eeuwwisseling van een meestergast van de Tiense fabriek. Antwerpenaar Théophile Adant kwam op het briljante idee om suikerklontjes te maken van “gegoten” suiker door eerst in een turbine suikerplaten te maken die naderhand werden verzaagd tot klontjes.

Lees verder onder de foto

s4

Niets gaat verloren

Tiense Suiker is een voorloper van circulaire economie. Al sinds de jaren ’20 van de vorige eeuw gebruikt de fabriek echt àlles van de biet. Het water uit het knolgewas wordt in het productieproces hergebruikt en gaat ook naar de bietentelers om akkers te sproeien. Verder wordt van de zogenaamde ‘bietenstaartjes’, de kopjes en de rest-snijdsels veevoeder gemaakt. Na filtratie van de bieten blijft er enerzijds een suiker-sap over en anderzijds kalk verrijkt met mineralen. Die mengeling wordt geperst tot meststof voor de landbouw. Het suiker-sap wordt de grondstof in de bereiding van alcohol, gist, citroenzuur of veevoeder.

Talrijke innovaties

Sinds 1995 zit er een groefje in de suikerklontjes van Tiense Suiker om ze makkelijker in twee te breken. Hier is meer dan 1 jaar onderzoekswerk aan vooraf gegaan. Het groefje moest namelijk op de juiste plaats zitten en mocht niet te diep of te ondiep zijn zodat je het met de hand kon breken. Een huzarenstukje van het innovatie-team. De harde klontjes kregen intussen gezelschap van een zachte variant die gedroogd worden in een soort industriële microgolf en uiteenvallen in warme dranken. Sinds kort zijn er ook suikerklontjes in de vorm van kaartspelfiguren (harten, schoppen, koeken en klaveren) en in de vorm van een hexagon.

TS2

Lees meer over