Opinie: De week volgens Miró

Het hart van Miro is moe.
Het hart van Miro is moe.

Laat ik maar met de deur in huis vallen zoals enkel een kat daar het nodige talent voor bezit. Geef een hond water, eten én affectie en voor je het weet denkt dat beest dat jij God bent. Wat een dwaasheid…Geef ons katten hetzelfde recept en wij beseffen nog voor de mens het kan bedenken dat wij God zijn. Om maar te zeggen: katten hebben inzicht in de essentie van het leven.

Allerliefste mensenvriendjes, de weledele Miró heeft slechts nieuws. Mijn nieuwe carrière als model voor reclamefoto’s en televisiespotjes is abrupt afgebroken. Niet omdat ik plots van een klein kapitalistisch monstertje ben veranderd in een fan van het marxistische discours dat Raoul Hedebouw (PVDA-PTB) al eens tentoon wil spreiden maar wel omwille van een medische kwestie. Nu hoor ik u al denken: lap, de Miró heeft kattencorona aan zijn poot…Nee, lieve mensenvriendjes, het is helaas iets ernstiger dan dat.

Mijn huispersoneel heeft me op een grijze ochtend nog amper ademend aangetroffen op de vloer van mijn paleis. Uiteraard schoot mijn persoonlijke bediende in wilde paniek maar tijdens de rit naar de dierenkliniek bleef ik er nogal rustig onder. Ik probeerde zo goed en zo kwaad mogelijk te ademen en kon me levendig inbeelden dat men bij dierenkliniek Kruisbos lichtjes zenuwachtig werd in afwachting van de komst van de beroemdste kat van Leuven en omstreken. Tja, je krijgt niet elke dag een BK op bezoek, en al zeker niet eentje wiens hart er de brui aan heeft gegeven.Want dat was het wel degelijk, lieve mensenvriendjes, mijn hart is moe. Al snel belandde ik op intensieve zorgen waar enkele knappe dierenartsen mijn leven hebben gered, voorlopig althans. Ondertussen adem ik dankzij medicatie weer zelfstandig en ben ik vrijgelaten uit de zuurstofkooi. Er wacht me wel nog een cardiogram om vast te stellen hoe levensbedreigend mijn hartaandoening is en bijgevolg kan ik niet garanderen dat ik jullie ellendige leventjes nog lang zal kunnen verlichten met mijn inzichten. Het zal zijn wat het is en soms is dat niet veel. Trouwens, sterven niet alle grote zielen een vroegtijdige dood?

Dat gezegd zijnde kwam ik in de dierenkliniek een hond tegen die allerminst vrolijk was over een studie van enkele bio-ingenieurs. Die bollebozen hadden ontdekt dat honden via hun uitwerpselen elk jaar gemiddeld 11 kilogram stikstof en 5 kilogram fosfor per hectare toevoegen aan vier Gentse natuurgebieden. Die stoffen zijn goed voor de moestuin en voor akkers maar slecht voor natuurgebied. Bramen, brandnetels en grassoorten worden er groter van maar zeldzame soorten kunnen die concurrentie niet aan. En bijgevolg moet kost wat kost worden vermeden dat vooral carnivoren -honden dus maar ook katten- hun gevoeg doen in de vrije natuur. Wel, beste professor Pieter De Frenne van UGent, en beste professor Geert Janssens van UGent, u kan mijn rug op want ik kak waar ik wil. Moest mijn hart niet zo moe zijn dan wandelde ik van de dierenkliniek naar jullie huizen om aldaar mijn gevoeg te doen op jullie deurmat. Met wat pech springen er nu nog wat wereldverbeteraars op die studie om vervolgens te pleiten voor een verbod op het vrij wandelen voor honden in het bos. Of erger nog, voor katten…Vinden jullie het gek dat ik het aan mijn hart krijg? Ik hoe langer hoe minder. Hopelijk tot weerziens, lieve vriendjes, al kan ik niets garanderen. Het leven geeft en neemt…Het was alvast een eer om jullie tot op heden een spiegel voor te houden in jullie verdorven leventjes. En weet, eigenlijk zie ik jullie wel graag hoor.