Opinie: De week volgens Miró

Miro is fan van Michel Wuyts.
Miro is net zoals Michel Wuyts een God op zichzelf.

Laat ik maar met de deur in huis vallen zoals enkel een kat daar het nodige talent voor bezit. Geef een hond water, eten én affectie en voor je het weet denkt dat beest dat jij God bent. Wat een dwaasheid…Geef ons katten hetzelfde recept en wij beseffen nog voor de mens het kan bedenken dat wij God zijn. Om maar te zeggen: katten hebben inzicht in de essentie van het leven.

Hier ben ik weer, allerliefste mensenvriendjes. In alle eerlijkheid moet ik bekennen dat ik nogal saaie weken achter de rug heb want mijn huispersoneel vond er niets beter op dan elke dag naar één of andere wielerwedstrijd te kijken. Mijn huispersoneel behoort niet tot de kenners en bijgevolg hoopte ik vurig dat de onnavolgbare Michel Wuyts commentaar zou geven bij de wedstrijden maar dat bleek niet het geval. Grote teleurstelling was mijn deel. Ik vertelde het eerder al, mensenvriendjes: als het over koers gaat dan is er maar één god en zijn naam is Michel. Bij gebrek aan Michel Wuyts en geïnspireerd door zijn goddelijke status dacht ik bij mezelf: “Zou de weledele Miró ook geen goddelijke roots hebben?” Die kans leek me redelijk groot en bijgevolg dook ik in de geschiedenis van mijn voorouders. En wat bleek? Jawel, ik heb mijn prachtige blauwe ogen te danken aan een godin.

Dat ging ongeveer zo: in een ver verleden woonden er in het mysterieuze Tibet groepen Kittah-priesters die de god Song-Hyo en de godin Tsun Kyan-Kse aanbaden in met bladgoud bedekte tempels. In elk van die tempels woonden ook honderd witte katten die zoals verwacht geen onbelangrijke rol speelden: priesters die zo puur waren dat hun ziel niet gemist kon worden op aarde lieten hun ziel overgaan in zo’n witte kat. Het is te zeggen: godin Tsun Kyan-Kse bepaalde met haar stralende saffierblauwe ogen wiens ziel op aarde verder mocht leven in een witte kat. Het is dan ook niet verwonderlijk dat priester Mun-Ha samen met zijn witte kater Sinh -toen nog met goudkleurige ogen- elke dag het beeld van de godin aanbad in de tempel, tot zijn baard er een gouden zweem van kreeg. Toen Mun-Ha op een kwade nacht werd vermoord door een bende Phoums uit Siam bleef hij tot het allerlaatste moment naar de godin kijken en het wonder geschiedde: witte kater Sinh sprong op zijn hoofd en keek strak in de ogen van de godin. Op dat moment werden zijn ogen blauw en vertoonde zijn vacht een goudkleurig zweem. Slechts daar waar zijn pootjes het hoofd van de priester raakten, bleef de vacht zuiver wit.

Mijn voorouder Sinh draaide vervolgens zijn prachtige hoofd in de richting van de toegangspoort waardoor de andere priesters de kracht vonden om ze te sluiten voor de andere indringers. Daarna bleef Sinh zeven dagen in de ogen van de godin kijken en at of dronk niet. Persoonlijk zou ik me daar niet aan wagen maar Sinh dus wel en hij overleed om vervolgens de ziel van Mun-Ha naar godin Tsun Kyan-Kse te brengen. Nog zeven dagen later verzamelden de andere priesters bij het beeld van de godin om te beslissen wie de opvolger van Mun-Ha moest worden. Alle katten van de tempel kwamen uiteraard ook want ze hadden dezelfde gedaantewisseling ondergaan als Sinh. In diepe stilte gingen ze om de jongste Kittah-priester heen zitten en zo koos de godin de opvolger van Mun-Ha. Ziezo, bij deze het ontstaan van de Heilige Birmaan met de blauwe ogen van de godin, de gouden glans van de baard van de priester en met witte voetjes als symbool voor de zuiverheid van de ziel.

Het verbaast me hoegenaamd niet dat mijn ras met zo’n goddelijke geschiedenis de Tweede Wereldoorlog maar nipt heeft overleefd maar daar vertel ik een andere keer meer over. Wat hebben we vandaag geleerd? Slechts één ding, lieve mensenvriendjes: de weledele Miró is van goddelijke afkomst en dat lag vanzelfsprekend in de lijn der verwachting. Los daarvan wens ik jullie allemaal een goddelijk gezellige vakantie toe. Tot na de zomer, lieverdjes, ik ga een lang en vooral welverdiend dutje doen en me eens zalig laten kammen en borstelen in mijn buitenverblijf in Kessel-Lo bij nonkel Willy. En nee, dat is niet de Willy van de immens grappige televisieserie 'Nonkels'. Het is wel de Willy die me gul bedient inzake voedsel, fris water en vooral vachtverzorging van hoog niveau, waarvoor oprechte dank uiteraard. Tot in september, mensenvriendjes!

Lees meer over