Wie verdient een plein: de vrouwonvriendelijke rector of de eerste vrouwelijke studente?

Kirsten Bosmans
4 maanden geleden
door Kirsten Bosmans

Het Leuvense stadsbestuur maakt langzaam maar zeker werk van vrouwelijke straatnaamborden. De eerste die na de oproep van geëngageerde Leuvenaars en project ‘Meer vrouw op straat’ van Sofie Lemaire aan bod zal komen, is niemand minder dan Marie Thumas-Durieux die haar eigen brug krijgt over de Leuvense Vaart.

De stad Leuven zet de nodige stappen om de brug over de Vaart om te dopen tot de Marie Thumas-Durieux-brug. Goed en broodnodig initiatief want in Leuven verwijst slechts 3 tot 7 % (afhankelijk van de bron, nvdr) van de straten die naar een persoon zijn vernoemd naar een vrouw. Het onevenwicht is groot, om niet te zeggen schandalig groot. Nu is een stad uiteraard een tijd van haar kind en vrouwen kregen in het verleden helaas niet de aandacht die ze verdienden. De tijden zijn gelukkig veranderd en dat levert Marie Thumas-Durieux nu een eigen brug op over de Vaart waar ze industriële geschiedenis schreef als sterke vrouw in de gelijknamige conservenfabriek. Laat ons hopen dat brug voor Marie Thumas het begin is van een nieuwe tijd, al wil dat niet zeggen dat elke nieuwe straatnaam per definitie naar een vrouw moet worden vernoemd. Toch is het gezien de grote achterstand die vrouwen hebben opgelopen wenselijk om een versnelling hoger te schakelen. Sofie Lemaire heeft wat dat betreft overschot van gelijk: “Doorheen de geschiedenis hebben heel wat vrouwen fantastische dingen gepresteerd, bedacht en gemaakt. Jammer genoeg is iemand vergeten hun namen te noteren en hun verhalen te onthouden.”

Blijft de vraag: wie verdient een eigen straat of plein? Geen eenvoudig vraagstuk. In Leuven hebben we bijvoorbeeld al de Koningin Fabiolalaan, de Koningin Elisabethlaan, het Astridplein, het Margarethaplein, het Isabellaplein, de Maria Theresiastraat en de Prinses Lydialaan. Ook al aanwezig:  de Mathildegang, de Maria Van Belstraat, de Marie Clootsstraat, de Marie Lemairestraat en de Marie-Elisabeth Belpairestraat. Tot slot nog enkele lanen: de Antonia van Roesmaelelaan, de Marguerite Lefevrelaan en de Marie Popelinlaan. Ook niet te vergeten: het Joanna-Maria Artoisplein, vernoemd naar de vrouw die met veel succes de brouwerij op de wereldkaart zette. Marie Thumas-Durieux verdient zeker een plaats in dat lijstje. Het komt er nu op aan om nog meer vrouwen zichtbaar te maken in het straatbeeld. Toch één suggestie die ik nog een laatste keer wil herhalen na eerdere vruchteloze pogingen. Anne B.C. Hart komt wat mij betreft in aanmerking want zij was in 1920 de allereerste vrouwelijke studente aan de KU Leuven. Toenmalig rector Paulin Ladeuze liet zich ontvallen dat hij hoopte dat vrouwen zich niet in grote getalen naar de universiteit zouden begeven om vervolgens beroepen te kiezen die niet “overeenstemmen met de normale functies die de natuur hen toewijst in de maatschappij”. Ter verduidelijking: hij deed die vrouwonvriendelijke uitspraak nog geen honderd jaar geleden. Tot op heden heeft die man nog altijd een plein in Leuven en is Anne Hart nog steeds een nobele onbekende. Tijd om één en ander recht te zetten.

Bart Mertens

Over de auteur

Kirsten Bosmans

Kirsten Bosmans