VAN SPEELTERREINEN TOT SPEELWEEFSEL

INVESTEREN IN EEN JEUGDVRIENDELIJKE OPENBARE RUIMTE

“Geef onze jeugd alle ruimte om te spelen, te ravotten, te experimenteren …”, steekt Katelijne Wouters
van wal. Sinds 2011 staat deze jeugdconsulent in voor het beheer en de werking van jeugdvriendelijke
openbare ruimtes in onze stad. Van speelterreinen tot … speelweefsel. Pardon?

Speelweefsel … Wat moeten we ons daar bij voorstellen?

“Een speelweefsel brengt zowel de formele als informele speelplekken in kaart. We besteden niet enkel aandacht aan de plekken op zich, maar ook aan de verbindingen tussen die plekken. Denk maar aan autoluwe straten, het overbruggen van barrières, de uitbouw van “kindroutes”… Die verbindingen tussen die speelplekken zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zich veilig en zelfstandig kunnen verplaatsen.”

Wat bedoel je met formele en informele speelplekken?

“Onder formele speel- en jeugdplekken verstaan we de klassieke speelterreinen, speelbossen, jeugdlokalen, skaterampen, speelzones … Daarnaast zijn er ook tal van informele plekken waar kinderen of jongeren de eerste gebruiker zijn van de openbare ruimte. Denk maar aan de school, de bibliotheek, het bankje in de straat, een grasveldje aan het kanaal, de verlaten parking achter de hoek …”

Dat ‘informeel groen’ willen jullie nog verder uitbreiden.

“Met de kinderwerking Fabota van Buurtwerk ’t Lampeke hebben we met kinderen en jongeren uit de buurt groene speelheuveltjes aangelegd. De leerlingen van de tuin- en landbouwschool De Wijnpers hebben een handje toegestoken. Daarbij wordt ook nauw samengewerkt met andere diensten van de stad, zoals de afdeling groenbeheer. Park Michotte is een ander geslaagd voorbeeld van hoe je een park zo natuurlijk mogelijk houdt, en dat op uitdrukkelijke vraag van de buurt. De plaatselijke jeugd geniet daar nu van een mooi ingebedde 16 meter lange glijbaan, gemaakt van Robinia, een harde houtsoort.”

Geef de natuur terug aan de kinderen en jongeren. En ze mogen daarbij gerust hun kleren vuilmaken, builen en blutsen oplopen …

“(lacht) Maar zonder dat ze blijvende letsels oplopen hé. Nee, de beschikbare ruimte in een stadstuin voor spel en sport wordt alsmaar kleiner. Een terras wordt aangelegd en voor je ’t weet is je speelveld gehalveerd. Meer ‘informeel groen’ biedt echt uitkomst om onze jeugd te laten ravotten, hun speelfantasie de vrije loop te laten … Je kan je niet voorstellen hoe jongeren meer en meer hunkeren naar meer ‘avontuur’, naast het netjes afgebakende.”

Weg met de klassieke speelterreinen met speeltuigen en zo?

“Uiteraard moeten die blijven. We zorgen er ook voor dat ze goed worden onderhouden en dat beschadigde speeltuigen worden vervangen. In dat verband ben ik onze gemeenschapswachten heel dankbaar dat zij om de twee weken veiligheidscontroles doen op onze klassieke speelpleinen. (glimlachend) Als je dus op een dag een gemeenschapswacht ziet schommelen, dan doet hij dat niet voor zijn plezier maar om te zien of die schommel nog oké is.”

WIST JE DAT …
  • … al 71% van de kinderen in Leuven binnen een loopafstand van 400 m van een speelruimte woont?
  • … er 78 speel- en sportterreinen zijn met minstens één speeltuig, en dat een speeltuig gemiddeld 12 à 14 jaar meegaat?
  • … per jaar 2 à 3 speelterreinen integraal vernieuwd worden?
SUBSIDIES VOOR EEN SPEELWEEFSELPLAN

De provincie Vlaams-Brabant heeft vorig jaar aan stad Leuven een begeleidingstraject toegekend voor het ontwikkelen van een visie op speelweefsel, ook wel verbindingsweefsel genoemd. De afdeling jeugd en studenten gebruiken dat geld voor het opmaken van een speelweefselplan, in nauwe samenwerking met andere stadsdiensten. Vandaag wordt er volop gewerkt aan een eigen visie die dan vertaald wordt naar een concreet uitvoeringsplan.