Provincie kan geen advies ten gronde geven over procedure tot opheffing erkenning Al Ihsaan-moskee

Kirsten Bosmans
1 maand geleden
door Kirsten Bosmans

De provincie Vlaams-Brabant kan op basis van het eigen feitenmateriaal geen elementen toevoegen aan de procedure tot opheffing van de erkenning van de Al Ihsaan-moskee in Leuven. Ze is niet bevoegd voor de controle van de activiteiten van deze geloofsgemeenschap.

Op 26 juli ontving de provincie Vlaams-Brabant een brief van Vlaams minister Homans waarin zij haar intentie bekendmaakte om de erkenning van de islamitische geloofsgemeenschap Al Ihsaan in Leuven op te heffen omdat de gemeenschap niet langer zou beantwoorden aan de erkenningscriteria. De provincie werd hierover advies gevraagd.

De bevoegdheid voor de controle op de activiteiten van de islamitische geloofsgemeenschap ligt echter niet bij de provincie maar bij de Vlaamse Gemeenschap, de veiligheidsdiensten en de stad Leuven.
Wat de onderwijsactiviteiten betreft, wijst de provincie erop dat deze georganiseerd worden door de VZW Al Ihsaan, waarmee ze geen enkele band heeft.

Plaatselijke kerk- en geloofsgemeenschappen van de erkende erediensten moeten, volgens een besluit van de Vlaamse regering van 2005, over de criteria voor erkenning, jaarlijks bij hun budget een verslag over de concrete toepassing van de betrokkenheid van de geloofsgemeenschap bij het geheel van de lokale gemeenschap aan de provincieraad voorleggen.
Het verslag van de Al Ihsaan-gemeenschap gaf geen aanleiding tot opmerkingen.

‘Op basis van eigen feitenmateriaal kunnen we dan ook geen elementen toevoegen aan het dossier’, zegt Monique Swinnen, gedeputeerde voor financiën.

Over de auteur

Kirsten Bosmans

Kirsten Bosmans