Mag het ook nog echt mooi zijn in Leuven?

Kirsten Bosmans
4 weken geleden
door Kirsten Bosmans

Leuven honoreert de recente architecturale pareltjes door de vierjaarlijkse Architectuurprijs uit te reiken. Terecht want architectuur geeft een stad ‘een smoel’. Blijft de vraag: legt Leuven de lat hoog genoeg in de vele gebouwen die verrijzen en worden gerenoveerd in de stad?

Nog tot en met 3 november kan je in de Leuvense Universiteitsbibliotheek de 24 genomineerde projecten voor de Architectuurprijs bewonderen. Om meteen een pluim te steken op de hoed van wie hem wil dragen: Leuven is één van de weinige steden die architectuur in de kijker zet met een prijs, met dank aan Stad en Architectuur vzw. Die organisatie staat in opdracht van de stad in voor het goede verloop van de vierjaarlijkse prijs. Een jury schoof ondertussen de finalisten naar voor die op 24 oktober strijden voor de hoogste eer. Bij deze de shortlist: het hoofdkantoor van Cera in de Muntstraat, de hoogzaal voor het Contius Orgel in de St-Michielskerk, scoutsgebouw Boven-Lo, de sociale woningen in de Donkerstraat en de tijdelijke herinrichting van Hal 5. Het Cera-project van de internationaal gerenommeerde architecten Robbrecht & Daem lijkt de gedoodverfde winnaar maar gezien het feit dat thema’s zoals herbestemming, betaalbaar wonen en de urgentie van sociale huisvesting extra in de kijker staan voor de Architectuurprijs Leuven is de zege van het Cera-project verre van zeker.

Feit is dat het lijstje van finalisten op bedenkingen kan rekenen, zelfs binnen de rangen van de meerderheidspartijen. Vooral de tijdelijke herinrichting van Hal 5 roept vragen op. Niets mis mee maar hoort dat project thuis bij de top vijf van een vierjaarlijkse architectuurprijs? Je kan je daar vragen bij stellen. Het gaat tenslotte om een tijdelijke box-in-box constructie. Net zo goed is die al opnieuw verdwenen tegen de tijd dat de finalisten van Architectuurprijs Leuven 2023 bekend worden gemaakt. Als de tijdelijke herinrichting van Hal 5 – in 1996 als monument beschermd – het uiteindelijk zou halen dan had je de prijs net zo goed postuum aan Maurice Urban kunnen geven die in de tweede helft van de 19de eeuw de plannen opmaakte voor de Centrale Werkplaatsen. Om maar te zeggen: als er niets straffer uit de architectenmouwen wordt geschud in de hoofdstad van Vlaams-Brabant dan moet de lat hoger worden gelegd. Misschien moet dat maar per definitie want er zijn de voorbije jaren al enkele gedrochten in het straatbeeld verschenen. De ‘kleurboek’ op het kruispunt van de Diestsesteenweg met de Werkhuizenstraat in Kessel-Lo bijvoorbeeld. De inspiratie achter die kleurboek zou te vinden zijn in een tentoonstelling over de Middeleeuwse schilder Rogier Van der Weyden die felle kleuren gebruikte in zijn schilderijen. In alle eerlijkheid, ik zie de link niet. Een slechte versie van Piet Mondriaan tot daar toe maar Van der Weyden? Nee, echt niet. Conclusie van het verhaal? Omhoog met die lat inzake pareltjes van architectuur. Een stad zoals Leuven verdient ‘landmarks’ die naam waardig.

Bart Mertens

Over de auteur

Kirsten Bosmans

Kirsten Bosmans