LEUVEN: PORTRETautoracer Steve Vanbellingen

Steve Vanbellingen kijkt met veel positieve gevoelens terug op het circuitseizoen. De 48-jarige autopiloot heeft van begin april tot half oktober 23 wedstrijden op het scherp van de snee gereden. “Ik zet er half november een punt achter met de rally van Sint-Truiden die ik op uitnodiging met een BMW ga rijden. Zo’n kans mag je niet laten liggen want je kan zonder eigen budget meedoen aan een topwedstrijd”, zegt Steve. 

Tekst: Luk Derden

Steve Vanbellingen is al meer dan 25 jaar gebeten door de autosport.  In 1986 debuteerde hij in de rally en in 1990 op het circuit. Hij ontpopte zich in al die tijd tot één van de vaste waarden in de Belgische circuitracerij. “Op het einde van elk seizoen ben ik het beu maar al snel kan ik het niet meer missen. Het is het beestje dat in mij zit… elk jaar is een nieuwe uitdaging, vaak ook omdat de wagen anders is.  Racen geeft me een kick, zelfs na al die jaren”, zegt Steve Vanbellingen, die ook het bedrijf Stand21 runt in Haasrode.

Vanbellingen was tijdens de voorbije maanden vooral actief in de Benelux Supercar Challenge, een uithoudingskampioenschap dat steeds meer aan uitstraling en belang wint.  De wedstrijden vinden plaats in de Benelux en lokken Duitse en Engelse deelnemers. Vanbellingen finishte dit seizoen in de GTB-divisie uiteindelijk op de vierde plaats in de eindstand. Vorig jaar kroonde hij zich nog tot kampioen in deze divisie.

“En toch ben ik niet ontgoocheld, integendeel!. Dit jaar was een overgangsjaar. We begonnen het kampioenschap met de oude BMW omdat de nieuwe versie pas begin juli operationeel zou zijn. Aanvankelijk stonden we dan ook vijfde en zesde. Zodra we met de nieuwe M4 konden starten, schoven we geleidelijk aan naar voor. Door tegenslagen en ongevallen van onze concurrenten stonden we ineens op de tweede plaats. De eerste plaats was buiten bereik maar tijdens de allerlaatste races in Assen deden we volop mee voor de tweede plaats. Onverhoopt! We gingen in Nederland van de baan en de vangrails in zodat we de strijd moesten staken… Daardoor zakten we naar de vierde plaats. Neen, het was een zeer positief seizoen omdat we voelen dat deze BMW steeds sneller kan en dat is een gezonde basis om tijdens de winter het nieuwe kampioenschap grondig voor te bereiden.”

Naast de Benelux Supercar Challenge maakte Vanbellingen ook nog deel uit van een Nederlands team waarmee hij wedstrijden voor de Super Sport kon rijden, een grotere competitie voor kleinere klassen. Verder maakte de autopiloot uit Haasrode zijn opwachting in de Belgium Gentlemen Drivers Cup met een Renault Clio.

“Ik vind het fantastisch om soms met een kleinere wagen te kunnen racen. Het is harder werken om snelheid te halen, het is veel moeilijker dan in een grote en krachtige bolide maar het geeft je ook veel voldoening. In de Supercar heb je een pak meer PK’s onder je zitten en worden de wedstrijden door veel meer toeschouwers gevolgd. In Assen bijvoorbeeld was er 82.000 man. Dat geeft een kick en is vooral voor de sponsors interessant. Op het vlak van de media is de Benelux Supercar  enorm belangrijk”, aldus Steve Vanbellingen.

Drie dromen

Het is nog wat te vroeg om de concrete plannen voor volgend seizoen uit de doeken te doen maar Steve Vanbellingen is al wel hard aan het werken aan één van zijn drie dromen. “Ik heb nog drie grote wedstrijden op mijn verlanglijstje staan:  de 24 Uren op de Nurburgring, de 24 Uren van Daytona in Amerika en de 12 Uren van Bad Horst in Australië. Voor deze laatste wedstrijd heb ik goede vooruitzichten dat ik begin februari naar Australië kan. Ofwel rijd ik er met een BMW en een Australische sponsor, ofwel ga ik scheep met een plaatselijk team die de race met een Porsche zal rijden. Ik hoop dat het lukt”, vertelt Steve.

48 lentes jong en maar liefst 23 wedstrijden waarvan telkens twee op een weekend. Hoe blijf je als bijna vijftiger in topvorm? “Door zo veel te racen ontwikkel je een bepaald ritme van leven. Vergeet ook niet dat er elke race ook nog kwalificaties zijn. Door zoveel te koersen, heb ik eigenlijk geen bijkomende conditietraining nodig. Wat ik wel doe, is zwemmen en dit op regelmatige basis. Lopen doe ik niet zo graag en is nefast voor mijn gewrichten. Uiteraard let ik ook op mijn voeding.”

“Ik ondervind wel dat ik een jaartje ouder word. Mijn vaste teamgenoot is 10 jaar jonger en rijdt nu al even snel als ik en soms al sneller. Ik heb weekends dat ik sterk presteer en de knop kan omdraaien maar er zijn ook momenten dat ik trager ben. Dat ik minder die adrenaline voel en misschien te veel denk aan de risico’s. Het belangrijkste is dat ik me nog altijd erg lekker voel achter het stuur op het circuit. Ik kan ook in moeilijke wedstrijdomstandigheden zoals plotse regen terugvallen op mijn ervaring als autoracer. Constant over mijn eigen limiet gaan, zoals vroeger, is er wel niet meer bij. Ik heb ook heel veel voldoening als ik mijn ervaring en kennis kan doorgeven aan mijn tien jaar jongere ploegmaat. Ik ga door zolang ik kan, hopelijk toch nog een paar jaar. Gezond blijven en kunnen terugvallen op betrouwbare medewerkers in mijn bedrijf zullen bepalend zijn voor mijn toekomst als racepiloot”, besluit Steve Vanbellingen licht filosofisch.

Wie Vanbellingen nog een laatste keer dit jaar live aan het werk wil zien, moet op 15 en 16 november naar de Rally van Sint-Truiden.

Over de auteur

Leuven Actueel

Leuven Actueel