LEUVEN: PORTRET Amelia Verbruggen (100)“Waarom zou ik niet meer werken?”

Het gebeurt wel vaker dat iemand honderd wordt. Maar dat zo’n eeuweling nog elke dag kranig en wel zijn of haar witte schort aantrekt om klanten te verwelkomen en ondertussen een stuk of – jawel – honderd hemden per dag te plooien, is uitzonderlijk. Daarom werd Amelia Verbruggen van wasserij De Lelie die begin augustus honderd kaarsjes mocht uitblazen, uitgebreid en letterlijk in de bloemen gezet.

Tekst: Ana Andries / Fotografie: Joël Hoylaerts

Een gezellige drukte is het als ik op het moment van onze afspraak aankom in wasserij De Lelie. Overal hangen kleurige vlaggetjes en staan grote bossen bloemen, lieve kaartjes en lekkere snoepjes. De Bomma, zoals Amelia liefkozend genoemd wordt door haar familie en al haar vrienden en kennissen, komt uit het strijkatelier en neemt plaats in een achterkamertje waar de klaarstaande flessen en glazen erop wijzen dat de feestelijkheden nog niet voorbij zijn. Tijdens ons gesprek worden we trouwens meermaals onderbroken worden door mensen – buren, kennissen en klanten – die haar persoonlijk komen feliciteren met haar verjaardag en haar allemaal nauw aan het hart blijken te liggen.

Twee thermossen koffie

Amelia Verbruggen werd geboren op 3 augustus 1914, de dag voor de ‘Groote Oorlog’ zou losbarsten en het de stad jaren zou kosten om de sporen van vernieling die hij achterliet weg te werken. “Ik ben opgegroeid in Kortrijk-Dutsel, in een gezin van elf kinderen”, vertelt ze. “We waren met negen meisjes en twee jongens. Toen de tijd rijp was, ben ik naar Leuven gekomen om werk te zoeken.” Ze leerde haar toekomstige man Pierre kennen die in 1933 een wasserij was begonnen in de Verkortingstraat (het doodlopende straatje in het Nieuw Kwartier, net voor de Naamsepoort, nvdr). Ook Amelia ging er aan de slag en in 1935 stapten het stel in het huwelijksbootje. Ze kregen drie zonen: in 1936 werd Jacques geboren, in 1941 volgde Gilbert en in 1945 kwam de derde broer, Paul, ter wereld. De jongens werkten als kind al mee in de wasserij en toen hun vader jong stierf, stapten ze in de zaak. Ook vandaag draaien ze nog altijd mee in het familiebedrijf. Zij niet alleen trouwens: er werken daarnaast nog twee van Amelia’s kleinkinderen in De Lelie.

Ook ‘de bomma’ zelf is nog steeds actief. “Ik sta elke dag om zeven uur op en dan maak ik twee thermossen koffie klaar”, vertelt ze. “Jacques, mijn oudste zoon, is er dan al om te zien of ik goed geslapen heb. Na het ontbijt gaan we samen naar de wasserij.” ’s Middags brengt haar jongste zoon haar even naar haar huis in de Van Belstraat waar ze nog altijd woont. “Een van mijn schoondochters maakt elke dag eten voor me. Daar ben ik heel blij mee. Of ik een lievelingskostje heb? Neen, ik lust alles, ik ben content dat er iemand voor me kookt en dat ik warm eten heb.” ’s Namiddags keert ze dan terug naar de wasserijen om 17u brengt haar middelste zoon haar naar huis . “Met de lege thermossen”, preciseert Amelia. “Om 18u eet ik nog een boterham en rijstpap. Daarna zit ik nog wat in mijn zetel. Ik kijk een beetje tv, maar weinig. Een kleinzoon en kleindochter wonen bij mij. Ik ga vroeg naar bed. Niet dat ik moe word van de winkel, hoor. Vandaag heb ik wel wat last van mijn rug, maar dat komt van al die mensen die me vragen zijn komen stellen, denk ik.”

Heilige Rita

“Er is veel veranderd in al die jaren”, zegt ze. “Alles is veel moderner geworden. De strijkmeisjes van vroeger zijn grotendeels vervangen door machines. Daar kom ik niet veel aan, en aan de computer ook niet.” Wel plooit ze elke dag nog steeds een kleine honderd hemden. Strijken doet ze ook nog en ze maakt de rekeningen, met een potlood op een ouderwets bonnetjesboekje, in letters en cijfers die herinneren aan vervlogen tijden. Het liefst van alles ontvangt ze echter de klanten, van wie de meesten al decennialang hun was en droogkruis toevertrouwen aan Amelia’s goede zorgen. Zowat iedereen kent ze bij naam en toenaam. “Ik babbel graag met de mensen, ja”, beaamt ze. “Iedereen is ook zo vriendelijk. Ik probeer bij te houden wat er in hun leven gebeurt, hun grote en kleine zorgen te delen.”

Buitenkomen doet ze voor de rest niet zo veel. “Ik herken mijn Leuven niet meer, er is zoveel veranderd in de stad”, zegt ze. “Ik blijf liever hier, bij mijn familie. Soms gaan we wel eens naar Banneux of naar Kontich, om te bidden voor de heilige Rita, de patrones van de hopelozen. Zij geeft kracht als het niet meer gaat. Ik geef mensen wel eens een beeldje van haar cadeau, bij wijze van steun. Soms denk ik wel eens dat het dat contact is dat me gezond en jong houdt, net zoals het feit dat ik nog bezig ben. Er wordt goed voor me gezorgd. En verder heb ik goede genen, zeker? Ik lach ook graag en ik ben goed omringd door mijn familie. Ik weet niet hoe het komt dat ik honderd jaar ben mogen worden, maar ik hoop dat ik nog een tijdje bij de kinderen mag blijven en in de winkel staan, om naar de mensen te luisteren.” En terwijl ze dat zegt, staat ze op om me onverholen trots de wasserij te tonen, waarna haar schoondochter me naar mijn auto brengt. Een straffe madam, de bomma. Dat ze nog lang en gelukkig mag leven!

Over de auteur

Leuven Actueel

Leuven Actueel