LEUVEN: INTERVIEW Beeldenmaker Luk Versluys“Ik steel met mijn ogen”

Hij studeerde rechten, maar maakte van keramiek zijn beroep: het leverde een heel leger potten, beelden op, net zoals de bekende tobouters die in 2008 opdoken in de etalages van verschillende winkels. Ook in zijn eigen stek, aan het einde van de Maria Theresiastraat kun je met wat geluk nog een exemplaar vinden voor die de deuren sluit. Want begin juni verhuist beeldenmaker Luk Versluys naar een dorpje net over de taalgrens om zich te wijden aan zijn nieuwe liefde en zijn toekomstige moestuin… Leuven Actueel kon hem nog net strikken voor een gesprek.

Tekst: Ana Andries / Foto’s: Dirk Leemans

Je bent geboren in de Brusselse Rand. Hoe ben je in Leuven terechtgekomen?

“Zoals zovelen ben ik naar Leuven gekomen om te studeren, rechten meer bepaald, en vervolgens ben ik hier blijven wonen.”

Hoe wordt een advocaat keramist?

“Ik was geen rebel maar ik moest mijn creativiteit ergens kwijt. En omdat we het niet erg breed hadden bij mij thuis heb ik mijn hele jeugd met plasticine gespeeld. Eerst dacht ik striptekenaar te worden. Toen ik studeerde, heb ik nog mee aan de wieg van Veto gestaan en daar een hele tijd strips voor getekend. Toen ik mijn diploma op zak had, heb ik een tijdje in een reclamebureau gewerkt, maar dat was niet echt mijn ding. Daarop heb ik me in het kielzog van mijn zus die ook advocate is toch ingeschreven aan de balie, om met haar samen te werken, maar daar ben ik mee gestopt. Ik ben een tijd op het ministerie gaan werken. Na tien maanden had ik genoeg gespaard om een oven te kopen en heb ik mijn ontslag gegeven om me als beeldenmaker te vestigen. Nogal wat mensen verklaarden me gek. In 1977 opende mijn toenmalige vriendin de winkel om mijn werk te verkopen en het was meteen een succes.”

Hoe komt dat denk je?

“Ik denk dat mijn werk inspeelde op een sterk aanwezige behoefte. Ikea bestond toen nog niet en we leefden toen in een soort post-hippie tijd waar ambachtelijke dingen erg populair waren. Mijn eerste voorwerp was een vaas in Jugendstil. Aanvankelijk maakte ik beelden, altijd menselijke figuren, nadien verschoof het accent een hele tijd naar potterie. De laatste tien jaar leg ik me weer uitsluitend toe op sculpturen, omdat het gediversifieerder is. Als je beelden maakt, word je iets meer kunstenaar. Potten zijn nog steeds een ondergeschoven kind. Keramiekexpo’s zijn vandaag nog altijd voor een klein publiek. Wat niet betekent dat ceramisten zichzelf niet als kunstenaars beschouwen, hoor. Je ziet vaak dat ze gaten in hun potten maken om ze aldus te onderscheiden van gewone gebruiksvoorwerpen.”

Als je zelf je werk zou moeten omschrijven, hoe zou je dat dan doen?

“Drie kernwoorden die centraal staan in mijn creaties zijn tederheid, onzekerheid en tijdloosheid. Ik werk met leegte en daar construeer ik een kleihuid rond. Mijn terracotta figuren doen op het eerste gezicht misschien archaïsch aan, maar zijn tegelijk ook heel eigentijds. Vaak speelt een onbestemde glimlach rond hun lippen.”

Waar haal jij als beeldenmaker je inspiratie?

“Als kunstenaar ben ik een spons, een dief die steelt met zijn ogen. Dat gaat automatisch en al die indrukken worden verwerkt, met hun sterke en zwakke kanten, net zoals de mijne. De Engelse arts-en-craftsbeweging heeft veel voor me betekend. En natuurlijk koester ik een grote bewondering voor het werk en de creaties van José Vermeersch. Maar voor de rest heb ik zelf alles moeten uitvinden.”

Je bent ook de ontdekker van de beroemde ‘tobouters’ die in 2008 opeens massaal hun opwachting maakten in het stadsbeeld. Waar kwamen die zo opeens vandaan?

“Normaal was dat niet echt mijn ding, zo’n conceptueel werk. Het idee is ontstaan in 2008 toen er om een of andere reden veel te doen was rond kabouters. Je had toen zelfs een ‘kabouterbevrijdingsfront’. Zo is het idee gegroeid om kleine figuurtjes te scheppen die allemaal op een andere manier een gelijkenis vertonen met onze burgemeester. Tobback is natuurlijk een dankbaar model. Maar pas op, de tobouters zijn wel een vorm van satire, maar zijn zeker niet bedoeld als een aanklacht tegen het beleid. Ik vind Tobback een goede burgemeester. Het is gewoon een heel herkenbare figuur. Ik had nooit gedacht dat mensen dat zouden willen kopen. Oorspronkelijk wilde ik die beeldjes bij de verhuizing cadeau doen aan het nieuwe stadskantoor, maar dat is niet doorgegaan toen duidelijk werd dat ze allemaal op Tobback leken. Ik heb ook met het idee gespeeld om ze op straat zetten, een beetje als een erehaag langs het traject tussen het oude stadhuis en het nieuwe stadskantoor. Dat kon natuurlijk niet, want tegen dat ik aan het einde zou zijn gekomen zouden de eerste beeldjes allang verdwenen zijn. Daarom hebben ze in etalages van heel wat winkels gestaan. En ik ben ze blijven maken.”

Je bent een referentie in de plaatselijke kunstwereld en nog maar 62. Waarom stop je met de winkel?

“Ik heb dat in feite nooit echt graag gedaan, die winkel. Mijn potten en beelden maken wel, dat is iets anders. Maar negen maanden geleden ben ik de liefde van mijn leven tegengekomen, via een datingsite. De wederzijdse verliefdheid en de vertrouwdheid is gestaag gegroeid en we kunnen onszelf zijn bij elkaar: liefde is voor ons geen werkwoord. Zij snapt mijn humor bijvoorbeeld. Dus willen we gaan samenwonen, in een nieuw huis. Hier in Leuven is dat niet te betalen en ik wilde een plek in het groen, met zon en een tuin, dus zijn we beginnen zoeken in de buurt en per toeval zijn we net over de taalgrens terechtgekomen. Het is heel snel gegaan: op 1 juni verhuizen we.”

Wat ga je dan doen met al de tijd die je opeens gaat krijgen?

“Eerst ga ik een sabbatical nemen. En dan ga ik aan mijn nieuwe huis werken. Dat was in een vorig leven een poezenpension. In het bijgebouw zijn dus 40 kamertjes met 40 raampjes en deurtjes. Dat ga ik als atelier inrichten en daar zal ik wel enige tijd mee zoet zijn. Bovendien wil ik een moestuin. En zoals je weet heb ik in het verleden twee boeken gemaakt; ik ben erg graag met taal bezig. Dat zou ik misschien nog wel eens willen doen. Verder koop ik graag oude schilderijtjes, ik verzamel ze: zo heb ik een hele collectie met ‘koppen’ en eentje met ‘bootjes’. Soms wil ik daar wel mee aan de slag: sommige ervan lijken onaf en dan krijg ik zin er iets mee te doen. Natuurlijk ga ik blijven creëren. En ik blijf ook opdrachten voor mensen uitvoeren, dat doe ik graag.”

Kun je ons voor je de stad verlaat nog even verklappen wat je favoriete plaatsen in Leuven zijn?

“Wat een moeilijke vraag is dat! Er zijn er zoveel. Er is een heel bijzondere plek net buiten de ring, aan de Brusselsepoort, op de Mechelsevest, het is een privéplek, ik denk dat ze het Keizershof heet. Daar heb je een ongelooflijk mooi uitzicht op het stadspanorama en de torens. Ook de Kruidtuin inspireert me, misschien is dat wel de mooiste plek van Leuven: een kruising tussen een botanische academische tuin en een bloemenpracht. Ik heb ook altijd een grote voorliefde voor het Pauscollege gehad: het is een oase van rust die je meteen terug katapultuurt in de tijd, op de tonen van de beiaard en de koerende duiven in de dakgoot.”

Momenteel is de winkel van Luk Versluys nog steeds open en kun je er met fikse korting terecht voor al zijn creaties. Meer info over zijn bio en parcours vind je op www.lukversluys.be.

Over de auteur

Leuven Actueel

Leuven Actueel