LEUVEN: ALS DE VOS DE PASSIE PREEKTVliegangst

“Ja, ik zie het,” antwoordt ze met een onverschilligheid die op oneindig veel geduld moet lijken. Daarbij kijkt ze heel ostentatief de andere kant uit. Haar man, een zestiger halfweg naar een nieuwe voordeur, tuurt opgewonden als een kind op schoolreis uit het raampje en kakelt luidop dat het vliegtuig eindelijk achteruit wordt geduwd. Eerder al had hij een tiental keren herhaald dat we wel erg veel vertraging opliepen. Dan keek hij met veel misbaar en brede armbewegingen op zijn horloge en orakelde: “Nu zijn we al vijfentwintig minuten te laat om te vertrekken.” Twee minuten later was dat 27 minuten en zo ging dat maar gestaag verder. Telkens had zij daar met ijzige kalmte op gereageerd met een “Ja, ik weet het.”

Het opgewonden mannetje had in de vertrekhal al verschrikkelijk zenuwachtig lopen ijsberen. Door omstandigheden die alleen in luchtvaartmiddens te begrijpen zijn, zaten we daar al langer dan een uur te wachten om in te stappen. Zonder ook maar één woordje uitleg. Het personeelslid dat de instapkaarten moest controleren, wist ook niet wat er aan de hand was. Dat had hij zeker al vijf keer aan het mannetje uitgelegd, wat die laatste niet verhinderde om het nog een zesde keer te gaan vragen. Mokkend kwam hij dan weer naast zijn vrouw zitten om enkele seconden later weer op te veren om grommend heen en weer te lopen. Toen de verlossende boodschap kwam dat we mochten instappen, was hij dan ook de eerste om in zevende versnelling naar de balie te spurten, met het rolkoffertje hobbelend achter zich aan. Gelaten keek zij hem na om geduldig in de rij aan te schuiven.

Het toeval wilde dat ik net naast het koppel mijn plaats had. Toen de hostess de man er in het Engels op wees dat hij geen handbagage aan het voeteind van zijn zetel mocht houden, keek hij me niet begrijpend aan. Bereidwillig vertaalde ik de boodschap. “Op andere vluchten mocht dat wel”, riposteerde hij in een Vlaams dialect waarbij de bijstand van een lokale tolk niet misplaatst zou zijn. “Dat is omdat we aan een nooduitgang zitten”, legde ik hem voorzichtig uit. Heel verbaasd keek hij om zich heen, waarop hij boos reageerde: “Daar heb ik niet om gevraagd.”  Probeer zo iemand maar te troosten met het argument dat je dan ook iets meer beenruimte hebt.

“Kijk, nu rijdt het vliegtuig zelf”, klonk het van aan het raampje. Zij: “Ja, ik voel het.” “Kijk, nu geeft de piloot gas”, rapporteerde hij. Zij bestudeerde het plafond: “Ja, dat denk ik ook.” “Kijk, nu zijn we los van de grond”, ging het verder. Ze antwoordde niet meer en nam een zuurtje tegen de oorsuizingen die nu wel gingen komen. “Moeten we niet naar het hotel bellen dat we veel te laat zullen toekomen”, ging hij na een tiental minuten verder terwijl hij zijn mobieltje uit zijn binnenzak wurmde. “Ik denk het niet”, klonk het kalmpjes. “Ze zijn dat daar wel gewend en er zal wel een nachtportier zijn.”

Zoals dat bij budgetmaatschappijen gebruikelijk is, moet je elke consumptie aan boord peperduur betalen. Mevrouw zegt dat ze wel dorst heeft, het mannetje vertelt dat hij scheurt van de honger en dat er bij aankomst in het hotel wel niets meer te bikken zal zijn. De kaarten met de aanbiedingen van de dag worden dan ook intens bestudeerd. Er wordt gewikt en gewogen wat je zoal voor je goede geld kunt krijgen. “Als je dat menu neemt, is je drankje erin begrepen. Neem je alleen een broodje en een drankje komt dat twee euro duurder uit”, heeft het mannetje snel uitgerekend. “Ik ga toch voor dat menu want ik rammel”, gromt hij in zichzelf maar terwijl de hostesses met hun wagentje langzaam onze kant uitkomen, veranderen ze nog wel twintig keer van gedachten. Uiteindelijk wordt het één broodje dat door twee gedeeld wordt en één drankje waar beiden aan slurpen. Een gepensioneerde mag dan wel een winteruitstapje naar het zuiden maken – volgens de all-in formule – maar het hoeft ook niet meteen een uitspatting te worden. Ik zie ze naar de band lopen waar ze op hun bagage moeten wachten, elk een rolkoffertje achter zich aan zeulend en hoop dat ze niet dezelfde kant als ik op moeten. Je zou er alleen maar vliegangst aan overhouden.

Guy Missotten

Over de auteur

Leuven Actueel

Leuven Actueel