LEUVEN: ALS DE VOS DE PASSIE PREEKTEn toen kwam Gutt

Mijn pa (°1908) werd in maart 1943 geklist en vloog de gevangenis in te Hasselt. Verraden door een afgunstige dorpsgenoot. Voor de oorlog was hij dorpsbrouwer, annex paardenkoopman. Tijdens de Duitse bezetting werden zijn koperen brouwketels in beslag genomen en dus moest hij het verder zien te rooien met dat tweede beroep. Ergens had hij een serum gevonden dat je in de poten van paarden moest injecteren om die tijdelijk doen op te zwellen. Telkens geruchten opdoken dat de Duitsers weer hun ronde zouden doen om paarden te confisqueren, ging hij met dat middel aan de slag. Paarden met opgezwollen poten werden afgekeurd en twee weken later was die zwelling voorbij. Voor een kleine boer betekende het behoud van zijn paard het verschil tussen overleven of verhongeren. Voor mijn pa betekende het eeuwige dankbaarheid en blijvende klantenbinding.

In oktober werd hij even vrijgelaten, bij gebrek aan harde bewijzen. Twee weken daarna was hij getrouwd en weer twee weken later opnieuw opgepakt. Nu wel op heterdaad betrapt. Meteen afgevoerd naar Duitsland. Werkkamp in het Ruhrgebied. Zestien tot achttien uur per dag aan de hoogovens. Honger, dorst, vuiligheid, vernederingen, slaag …

Toen hij in april 1945 bevrijd werd en weer thuiskwam was ik tien maanden oud. Hij woog nog 42 kg en zou nooit meer dezelfde zijn. De goedlachse bon vivant van voorheen was een in zichzelf opgesloten man met een heel kort lontje geworden. Hij weigerde stelselmatig elke medaille, elk eerbetoon en voor herdenkingsplechtigheden van de zogenaamde helden met het statuut ‘politiek gevangene’ haalde hij de neus op. Toen al wist hij dat helden ook maar mensen zijn die ongestraft onvoorzichtig waren geweest, lang voor W.F. Hermans die zin had geschreven.

Zoals bij de meeste boerenzonen uit die periode het geval was, staken zijn spaarcentjes ergens tussen het stro verstopt. Intussen had een zekere minister Camille Gutt zijn plannen voor een grondige geldsanering doorgevoerd waardoor die spaarpot zo goed als waardeloos was geworden. Opgezadeld met een oorlogstrauma en daar bovenop ook nog zo goed als platzak moest mijn pa zich nors en verbitterd doorheen die eerste naoorlogse jaren zien heen te worstelen. Hij leende zich blauw en kocht tientallen paarden aan, overtuigd als hij was dat elke boer nu wel opnieuw paarden zou nodig hebben. Helaas voor hem werd de markt toen al overspoeld met landbouwtractoren. Het slachthuis was de enige plek waar hij zijn paarden nog kwijt raakte. Berooid en met een berg schulden kromde hij de toch al zwaar beproefde rug nog wat dieper om zijn gezin te onderhouden.

Mijn ma kende daardoor talrijke moeilijke momenten. Heel mijn prille jeugd lang vertelde ze over haar leven. Elke episode daarvan werd steevast afgesloten met een vertwijfelde blik naar de hemel en de zuchtende zin: “En toen kwam Gutt.” Daarbij sprak ze die dubbele t altijd uit alsof het een duivelsbezwering betrof. Voor haar had die naam zowat dezelfde spankracht als de namen Hitler of Stalin. Als begripvolle snotaap knikte ik dan maar wat met mijn hoofd maar van toeten of blazen wist ik wie of wat die Gutt wel mocht zijn. Daar ben ik pas decennia later achter gekomen.

Nu ik zelf oud en grijs ben, krijgen we een bankencrisis over ons heen. Hebben de heertjes bankiers smakken geld in verloren zaken en niet te dempen putten gestoken en moet de hele gemeenschap met miljarden bijspringen om een faillissement af te wenden. Die heertjes komen daar onbestraft mee weg. Groot-kapitalisten versassen met één klik van de computermuis miljarden van Luxemburg, via Zwitserland naar de Kaaimaneilanden en bedonderen de staatskas dat het een lieve lust is. Ze komen daar onbestraft mee weg. Diamantairs smokkelen hun kostbare steentjes van Afrika over India naar Tel Aviv en Antwerpen en voor zover ze daar al op betrapt worden, betalen ze een symbolische boete maar komen er verder onbestraft mee weg.

Dan denk ik vaak aan het spaarpotje van mijn pa, ergens tussen de strobalen verstopt, en vraag ik me luidop af: Waar verdomme blijft die dekselse Gutt nu?

Guy Missotten

Over de auteur

Leuven Actueel

Leuven Actueel