De Wolf van de Walstraat Door Kristof Debecker

Bart Mertens
5 maanden geleden
254 Views
door Bart Mertens

In zijn column ‘De Wolf van de Walstraat’ laat journalist Kristof Debecker zijn licht/duisternis schijnen over de wereld. Net zoals de militaire troepen zich destijds bewogen via de walstraten aan de binnenkant van stadsmuren en omwallingen sluipt de wolf in Kristof Debecker met zijn pen door onze maatschappij. Soms messcherp en onverbiddelijk maar altijd met overtuiging.

Toen ik twintig jaar geleden in Leuven rondliep als student, voelde ik me net een personage uit een roman van Ernest Claes. Een fiere, argwanende doch nieuwsgierige Hagelander die op verkenning trok doorheen de stad van de wijsheid, liefde en eeuwige jeugd. De hoofdrolspeler in een spannend en boeiend avontuur dat al nostalgie ademde op het moment dat ik het beleefde. Het decor was er ook naar. Een bruisende en levende stad vol traditie waar studenten en échte Leuvenaars elkaar de klok rond vonden in cafés, op de markt en op evenementen. Een stad waar de studenten een marraine hadden en ook in volkscafés verzamelden. Een stad met kotmadammen, zangfeesten, legendarische fuifzalen, sigarenwinkels, stoeten, grote bals, stunts, carnavalsfeesten, Marktrock…

Er blijft vrijwel niets meer van over. Meer nog. Als ik nu om twee uur ’s nachts mijn 19-jarige dochter ga ophalen na een avondje uit of overdag mijn 12-jarige dochter ga afzetten in de buurt van haar school in het centrum van Leuven, overvalt mij telkens opnieuw een soort tristesse. Ik voel me net Winston Smith, het hoofdpersonage uit het boek ‘1984’ van George Orwell. Een verloren enkeling in de stad van Big Brother. De stad is zoals het naoorlogse Berlijn opgedeeld in sectoren en in vrijwel elke straat word je geconfronteerd met camera’s, sensoren, paaltjes, betonblokken, verbodsborden en borden die zeggen wat niet is toegelaten. Overal tref je politie, hulpagenten, parkeerwachters, gemeenschapswachten en stewards. Alles staat in het teken van controleren, sanctioneren en geld afhandig maken van de bezoekers. Van de gemoedelijke sfeer van vroeger en van de levensverrijkende interactie tussen Leuvenaars en studenten is al lang geen sprake meer. De traditionele studentencafés en volkse kroegen zijn vrijwel allemaal verdwenen. Buurten geven een verpauperde indruk. Veel panden staan leeg en hele delen van de stad zijn omgetoverd tot onpersoonlijke blokkendozen waarover je nooit enig nostalgisch of heroïsch schrijfsel zal lezen. De stad van het eeuwige leven, van de jeugd en van de liefde is doodgeknepen. Ernest Claes en zijn verhalen zijn dood.

George Orwell waarschuwde er 70 jaar geleden al voor. Linkse intellectuelen, bij uitstek de mensen die vrijheden zouden moeten bewaken, die door te heulen met het totalitarisme de traditionele samenleving de nek omwringen. Zo ver zijn we gekomen. Leuven is een troosteloze en kleurloze stad geworden waar mensen wegblijven uit vrees voor boetes, processen-verbaal, administratieve sancties, parkeerbonnen en dure tarieven. We kunnen enkel hopen dat niet enkel Orwell maar ook Claes gelijk had en dat in elk van ons en in onze kinderen een ‘Witte van Zichem’ leeft. Hopelijk staat er dan weldra een nieuwe leeuw van Vlaanderen op. Een rebel. Fier op het eigen verleden en op de eigen cultuur. Misschien kunnen we terug naar een samenleving waar de mensen centraal staan. Waar fierheid en vrolijkheid regeren en Leuvenaars zingend door de stad trekken. “Wij zijn de mannekes van plezier. Loven dat is boven! Loven dat is boven!”.

Over de auteur

Bart Mertens

Bart Mertens