De parabel van Wappe

Wappe
Bart Mertens
3 maanden geleden
1,396 Views
door Bart Mertens

Leuvenaar Wappe Vuerstaek is niet meer. Het hart van de 54-jarige chauffeur van staatssecretaris Theo Francken begaf het woensdagnacht in de ouderlijke woning van de familie Vuerstaek. De plotse dood van Wappe veroorzaakt een golf van verdriet. OHL verloor haar grootste supporter, Theo Francken verloor zijn trouwe chauffeur en goede vriend, én Leuven verloor een heel grote meneer. Vaarwel goedhartige reus…Vriend Krikke Durinckx schreef een parabel zodat Wappe nooit vergeten zal worden. Leuven Actueel wil u die mooie tekst niet onthouden.

Er was eens een boom, een onbekende boom ergens langs de waterkant en geplant door… niemand weet nog wie. Die boom noemde ik Wappe Vuerstaek. De Wappe leefde daar breeduit met vele takken. Hij droeg de forse stem van de wind of de doodse stilte van de avondlucht. ’s Winters was het leven kaal, maar zwiepend op de harde wind en met zijn twijgen als toegeklemde vuisten vol nieuwe beloften stond de Wappe maar te wachten tot het lente werd…

“Ga je gang !”, knipoogde dan de voorjaarszon, en dan kwam de Wappe weer toe aan zijn oude, groene, scoutsachtige uitbundigheid… zijn takken liepen weer uit en schoten bloesem uit ingehouden leven. Wappe was een lust voor de ogen. En als dan de zomer kwam, maakte de Wappe een donkere hand gevuld met schaduw, gratis voor iedereen !!! En soms was de Wappe een paraplu tegen de stromende regen. Zo leefde de Wappe met al zijn takken, jaar in jaar uit, zijn krachten verbergend en weer ontplooiend, op en neer in telkens vier seizoenen.

Maar op zekere dag kwam er een mens, een man, gewapend met een mes. De takken hielden van louter schrik het ruisen in. Er was geen ontkomen meer aan: de mooiste tak werd afgesneden en meegenomen naar het huis van die mens. Een dode tak, voorgoed uit het leven weggesneden, weggevallen uit de schaduw van velen, onopvallend en straks natuurlijk stomweg vergeten; wat is een tak over een hele Wappe ?!

Drie dagen later was die man opeens weer terug en de Wappe stond windstil van doodsangst met al zijn takken… Wie treft vandáág het bitter lot? Maar kijk, An Christie’s vreemde man ging zitten aan de voet van de boom en… hij blies op een fluit, gemaakt van de afgesneden tak die hij nu zijn panfluit noemde. Hij speelde een lied en de Wappe verstond het zó: “Horen jullie mij? Ik leef, ik leef! Meer dan ooit tevoren. Ik leef, ik zing, ik fluit!” (met dank aan Krikke Durinckx voor de tekst, nvdr)

Over de auteur

Bart Mertens

Bart Mertens