COLUMN: Het grote stoute monster ‘auto’

Bart Mertens
2 jaar geleden
1,248 Views
door Bart Mertens

Minstens acht autoloze zondagen per jaar, inclusief de ring. Met dat voorstel kwam oppositiepartij Groen ‘aangefietst’ op de gemeenteraad. Links en rechts werd het woord ‘fietsfundamentalisme’ gefluisterd in de politieke coulissen.

De stad Leuven heeft met de invoering van het nieuwe circulatieplan de ambitie om de binnenstad terug te geven aan de voetgangers en de fietsers. Anno 2016 is daar zeker een draagvlak voor, op voorwaarde dat de ‘verandering’ zich voltrekt in een traag proces. De meeste partijen in de gemeenteraad kunnen zich vinden in die lijn, al tonen ze zich ook kritisch om erover te waken dat het circulatieplan geen non-circulatieplan zal worden. Voor oppositiepartij Groen mag het echter allemaal een beetje sneller gaan. Zo pleit Lies Corneillie ervoor om minstens acht autoloze zondagen per jaar te organiseren, afwisselend in de binnenstad en in de deelgemeenten. Bovendien wil de groene politica ook de Leuvense ring en straten zoals de Kapucijnenvoer en de Naamsestraat ‘autovrij’ maken tijdens autoloze zondagen. Van groen naar donkergroen heet dat dan…Of ook: hoe Groen van de auto het grote stoute monster wil maken. In dat opzicht mag het misschien eens benadrukt worden dat de maatschappij niet enkel en alleen bestaat uit jonge vitale mensen die graag fietsen. Er zijn ook oudere mensen die niet meer kunnen fietsen. Ook die mensen hebben recht op mobiliteit, zelfs op zondag.

Het stond in de sterren geschreven dat Groen niet op steun hoefde te rekenen van de andere partijen in de gemeenteraad. Meer zelfs, links en rechts werd het woord ‘fietsfundamentalisme’ in de mond genomen. Fluisterend, ergens in de coulissen, uiteraard. Wil Groen het momentum grijpen dat ontstaan is door de invoering van het circulatieplan? Dat zou kunnen maar elke verandering heeft tijd nodig. Het zou natuurlijk ook kunnen dat Groen de eigen achterban tevreden wil stellen. De partij zit natuurlijk met het feit dat de andere politieke partijen hun programma zonder blozen hebben overgenomen. Om maar één voorbeeld te geven: Zeger Debyser van N-VA neemt het woord boom vaker in de mond dan het woord Vlaams. Dat is de verdienste van Groen maar of het verstandig is om van groen naar donkergroen te evolueren zal nog moeten blijken. De kiezer heeft altijd gelijk.

Groen liet de voorbije week ook opmerken dat fietsers meer besteden in de stad dan mensen die met de wagen komen. Je vindt voor elke stelling een specialist denkt ondergetekende dan. Je moet die specialist enkel gaan zoeken in de juiste hoek. Toch hoopt ondergetekende dat Groen gelijk heeft want in dat geval hoeven de verontruste handelaars in Leuven zich geen zorgen te maken. Heel de polemiek over ‘meer fietsers, minder wagens’ doet een beetje denken aan de invoering van het rookverbod in cafés. Specialisten voorspelden toen dat de niet-rokers veel vaker op café zouden gaan. Wel, vraag het eens aan tien lukraak gekozen cafébazen. Zij zullen u de waarheid vertellen.

Eigenlijk is er maar één woord echt belangrijk in de hele discussie: hoffelijkheid. In beide richtingen wel te verstaan. Toen het rookverbod werd ingevoerd verschoof de hoffelijkheid langzaam maar zeker van de niet-rokers naar de rokers. En de die hard-voorstanders van het rookverbod waren er als de kippen bij om in één beweging een verbod op roken op terrassen te eisen…Nu zien we een gelijkaardige evolutie in de polemiek tussen fietsers en auto’s. Van koning auto naar koning fiets! Groen moet begrijpen dat zo’n houding net meer tegenstelling creëert. Wie teveel wil op een te korte tijd krijgt doorgaans niets. Dat is de realiteit. U hoeft van voorgaand epistel dus slechts één woord te onthouden: hoffelijkheid.

Over de auteur

Bart Mertens

Bart Mertens