Column: De Wolf van de Walstraat Door Kristof Debecker

Bart Mertens
3 weken geleden
140 Views
door Bart Mertens

In zijn column ‘De Wolf van de Walstraat’ laat journalist Kristof Debecker zijn licht/duisternis schijnen over de wereld. Net zoals de militaire troepen zich destijds bewogen via de walstraten aan de binnenkant van stadsmuren en omwallingen sluipt de wolf in Kristof Debecker met zijn pen door onze maatschappij. Soms messcherp en onverbiddelijk maar altijd met overtuiging.

Enkele jaren geleden kreeg ik op een ochtend een mailtje binnen van de krant waar ik toen voor werkte. Het was bijna Allerheiligen en ze vroegen aan alle regionale medewerkers om in eigen streek op zoek te gaan naar opmerkelijke grafzerken en graven. Hoewel ik goed besefte dat het eigenlijk een pro forma oproep en dat de vaste redacteurs het ‘verhaal’ uiteindelijk toch zelf zouden inblikken, besloot ik de uitdaging toch aan te gaan. Een hele dag lang zou ik alle kerkhoven van Leuven en randgemeenten bezoeken. Op zoek naar een verhaal. Op zoek naar waarheid en levenswijsheid. Met een rugzak vol zelfvertrouwen en een fototoestel in de aanslag wandelde ik een half uur later het eerste kerkhof op. Al snel werd duidelijk wat voor waanzinnige opdracht ik mezelf had opgelegd. Leuven alleen al telt negen grote begraafplaatsen en daarnaast heb je in elk dorpje in de Leuvense rand een kerkhof. Toen ik op de zesde locatie die dag uitkeek over een landschap van vele honderden zerken, kreeg ik het plots benauwd. Niet enkel zag ik het beeld van de ontelbare rouwstoeten en drama’s die zich daar moesten voltrokken hebben. Ik had er bovendien nooit eerder bij stilgestaan dat ik na ruim drie decennia op deze wereldbol in bijna elke rij graven op al die kerkhoven telkens opnieuw foto’s en namen zou tegenkomen van mensen die ik persoonlijk had gekend of van wie ik het pad beroepshalve had gekruist. Vrienden, kennissen, buren, dorpsfiguren, cafébazen, oud-leraars, (verkeers-)slachtoffers, bekende en minder-bekende mensen die allemaal het tijdelijke voor het eeuwige hadden geruild. Vele tientallen trieste verhalen spookten door mijn hoofd. Later op de dag betrapte ik mezelf er op dat ik minutenlang stond te staren naar de foto van een mooi, blond en levenslustig meisje dat op haar 18e was gestorven. Haar verhaal kende ik niet. Ik keek rond en besefte dat tot zover mijn oog reikte er zerken stonden. Tientallen, honderden, duizenden. Stuk voor stuk stille getuigen van mensen en hun levensverhalen. Wat stond ik daar in godsnaam te doen? Ik raakte in paniek. Geconfronteerd met duizenden verhalen die je niet meer kan optekenen. Totaal machteloos. Plots rinkelde mijn gsm. “Of ik al iets opvallend had gevonden?” Goh. Dat is moeilijk te zeggen. Niet veel later stuurde ik een stuk of 25 foto’s van ‘opmerkelijke’ graven door naar de krant. Stuk voor stuk pareltjes. Monumenten of heel gepersonaliseerde herdenkingsplekjes. Het bleek zinloos. Ze hebben er niets mee gedaan en ik heb die dag niets verdiend. Toch was ik gelukkig toen ik die avond met mijn gezin aan tafel zat. “En papa? Hoe was jouw dag?” ‘Goh, het is bijna Allerheiligen. Ik heb daar vandaag even bij stilgestaan en ben alle mensen die gestorven zijn gaan bezoeken”. “Knap van jou, papa. Al die mensen zouden dat appreciëren. Jij hebt eigenlijk toch wel een fantastische job, hé!? Als journalist sta je echt wel elke dag in het midden van het leven”.

Over de auteur

Bart Mertens

Bart Mertens