Bewoners Leuvense Vesten voelen zich gediscrimineerd

Kirsten Bosmans
2 maanden geleden
door Kirsten Bosmans

In april van dit jaar wees het Leuvense Vestencomité al op de verslechterde luchtkwaliteit op de Leuvense Vesten. Hierbij werd als boosdoener o.a. het circulatieplan vernoemd, aangezien de automobilisten door de kunstmatige opdeling van de stad in zes stadsdelen niet meer van het ene stadsdeel naar het andere stadsdeel kunnen rijden, tenzij via de vesten of singels.

De zeer recente studie van Curieuzeneuzen over de luchtkwaliteit in Vlaanderen heeft dit nu spijtig genoeg bevestigd. Een citaat uit deze studie: “In Gent, Leuven, Hasselt, Brugge en Kortrijk wisselen zones met goede of aanvaardbare luchtkwaliteit af met rode en paarse hotspots, vooral op de stadsring en de invalswegen.”

In deze steden vallen vooral de “zwarte en paarse stadsaders” op. Dit zijn straten met een sterk verhoogde NO2-concentratie door de combinatie van de stedelijke achtergrond en een hoge lokale verkeersimpact. In Leuven zijn dat voornamelijk de invalswegen (bv. Brusselsesteenweg en Tervuursesteenweg), de Vesten (bv. Tervuursevest, Naamsevest en Diestsevest) en de lusstraten (bv. Sint-Jacobsplein en Brusselsestraat).Het percentage NO2 µg/m³ aldaar (bv. zwart: 66,4 µg/m³, wat uiterst slecht is) steekt schril af met dat van de binnenstad (bv. lichtgroen: 20-25 µg/m³, wat vrij goed is).

Het gemiddelde van de bovengrens voor de vesten en de singels is 44.6 µg/m³ terwijl het gepubliceerde gemiddelde voor Leuven 24,1 µg/m³ is. Er is bijgevolg bijna dubbel zoveel stikstofdioxideconcentratie op de Vesten waar te nemen als in de binnenstad. Des te meer NO2 er wordt gemeten, des te groter de verkeersgerelateerde luchtverontreiniging.

De NO2-concentraties op de Vesten (drukbewoonde wijken) stijgt dan ook ver boven de advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), die op 20 µg/m³ ligt. Deze advieswaarde is de gezondheidsdrempelwaarde die de WGO hanteert voor het inschatten van de gezondheidsimpact veroorzaakt door blootstelling aan verkeersgerelateerde stikstofdioxide. NO2 irriteert en ontsteekt de luchtwegen, de ogen, keel en neus en kan op termijn dodelijk zijn.

De luchtkwaliteit op de Vesten is dus ronduit slecht: in 100% van de meetlocaties langs de Vesten werd een NO2-concentratie boven voormelde advieswaarde van 20 µg/m3 gemeten. Dat de meetresultaten op de Vesten bijna dubbel zoveel stikstofdioxideconcentraties bevatten als in de binnenstad, verwondert niet gezien het circulatieplan. De stad Leuven heeft immers bewust voor deze ongelijkheid gekozen. Zo liet schepen Dirk Robbeets optekenen: “De ring en de lusstraten in het centrum zullen wel ‘iets’ meer verkeer te slikken krijgen maar dat was juist de bedoeling”.

Deze door het circulatieplan gecreëerde ongelijkheid tussen enerzijds de bewoners van de Vesten en anderzijds de bewoners van de binnenstad (met uitzondering van de bewoners van de lusstraten) komt door de studie van CurieuzeNeuzen nog beter in beeld. Voor alle duidelijkheid: het Leuvense Vestencomité is niet tegen een autoluwe stad. Integendeel, ook de bewoners van de Vesten wensen minder autoverkeer in de stad, waar ook zij deel van uitmaken. Wel zijn ze tegen de verschuiving van het autoverkeer vanuit de binnenstad naar de Vesten. Hebben de bewoners van de Vesten dan niet evenveel recht op zuivere lucht? Of is hun perceptie dan toch juist dat ze maar tweederangsburgers zijn?”

Deze ongelijkheid werd nogmaals aangeklaagd op het Knack verkiezingsdebat in Leuven. Verschillende kandidaat-burgemeesters hebben toen terecht verklaard dat het circulatieplan moet worden aangepast. Zo ziet Lorin Parys “in de resultaten (van CurieuzeNeuzen) opnieuw een reden om het circulatieplan bij te sturen. Het circulatieplan leidde tot onaanvaardbare pollutie op de Vesten en de lusstraten.” Nochtans lijkt kandidaat-burgemeester Mohamed Ridouani deze discriminatie te willen bestendigen waar hij stelt: “Het circulatieplan bijsturen is geen goed plan, dan ben je de gezonde lucht in de woonwijken weer kwijt.” Wonen de mensen op de Vesten dan niet in woonwijken? Bovendien kan de binnenstad autoluw blijven met andere maatregelen dan haar ongezonde lucht verschuiven naar de Vesten. Denk maar aan ANPR camera’s, Lage EmissieZone, rekeningrijden, sensibiliseringscampagnes, stimuli voor het fietsgebruik, afspraken met de bussen van De Lijn, betere inrichting van de wegen, … Tot slot lijkt de schepen van leefmilieu het probleem te minimaliseren: het gaat niet om pijn’punten’ maar om 4,3 kilometerslange Vesten. Hoelang nog moeten de bewoners van de Vesten worden gediscrimineerd ten koste van hun gezondheid?

Over de auteur

Kirsten Bosmans

Kirsten Bosmans